De échte uitdaging moet nog komen

Ruim tien jaar geleden werd de Participatiewet van kracht. Het doel van deze wet is dat zoveel mogelijk mensen volwaardig kunnen bijdragen aan de samenleving. Een goed streven wat mij betreft, zeker omdat we op onze krappe arbeidsmarkt iedereen nodig hebben.

In ’s-Hertogenbosch zijn we al vroeg, in 2012, aan de slag gegaan om de Participatiewet goed in praktijk te brengen. De basis van onze aanpak is de combinatie die we hebben gemaakt tussen de toenmalige sociale werkvoorziening Weener Groep en sociale dienst AmSZ. Daaruit ontstond het huidige werkontwikkelbedrijf Weener XL. Onze missie: werk maken van gelijke kansen en bestaanszekerheid. In dat kader bieden we iedereen de ondersteuning die hij of zij nodig heeft om ‘zo regulier mogelijk’ aan het werk te gaan. Het is mooi om te zien dat onze aanpak goed uitpakt: van alle 100.000+-gemeenten zijn in ’s-Hertogenbosch relatief de meeste mensen aan de slag met loonkostensubsidie.

Ook het aantal mensen met beschut werk is het hoogst. Daarnaast is het aantal mensen in de bijstand bij ons de afgelopen jaren substantieel harder gedaald dan het landelijk gemiddelde. Het lukt ons dus om veel mensen bij de samenleving te betrekken voor wie dat niet vanzelfsprekend is. Daar ben ik trots op.

Hoewel we als Den Bosch en Weener XL landelijk gezien dus goed scoren, zien we ook dat er nog flinke uitdagingen op ons wachten. Zo wordt de doelgroep steeds complexer en worden de gevolgen merkbaar van de teruglopende geldstromen. Om een beeld te krijgen van de langetermijngevolgen, hebben we eerder dit jaar een toekomstverkenning laten uitvoeren. De uitkomsten waren behoorlijk ontnuchterend: door de afnemende financiën kunnen we weliswaar de komende tien jaar het aantal ontwikkelplekken nog handhaven, maar de tien jaar daarna halveert dit aantal!

Wat deze cijfers vooral laten zien, is dat we ons in de sector niet moeten blindstaren op het komende decennium. De échte uitdaging komt pas na 2035. Daarom moeten we ons nu al afvragen wat we kunnen doen om ons daarop voor te bereiden. Kunnen we de huidige werk- en ontwikkelplekken bijvoorbeeld beter benutten? Is er voldoende doorstroom en ontwikkeling en zo niet, hoe kunnen we dat verbeteren? Daar zetten wij nu al op in. Mijn devies: maak nu keuzes die mensen helpen, maar die óók toekomstbestendig zijn. Ga voor oplossingen die werken en die geen geld verslinden. Laat niet te veel proefballonnetjes op die niks opleveren en houd de lange lijn in het oog.

Hoe dan ook gaat er nog veel van de werkontwikkelbedrijven worden gevraagd. We moeten flink aan de bak, maar kunnen dat niet zonder onze partners in Rijk en regio. Alleen samen met het ministerie van SZW, werkgevers, UWV en gemeenten kunnen we ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen blijven meedoen.

meer columns