Jongerenperspectief
De nieuwste cijfers over jongeren in de bijstand zijn zorgelijk. Dat zijn er nu 44.000: ruim 27 procent meer dan eind 2022. Alleen al het afgelopen jaar kwamen er ongeveer 2.400 jongeren bij: een groei van 5,7 procent. Ter vergelijking: bij 27- tot 45-jarigen was de groei 0,8 procent en bij 45-plussers 0,2 procent. Van de in totaal 4.100 extra bijstandsgerechtigden is daarmee bijna 60 procent jonger dan 27 jaar.
Deze stijging heeft meerdere oorzaken: schulden, mentale druk, schooluitval, een moeilijke thuissituatie en een woningmarkt waar jongeren nauwelijks een plek kunnen vinden. Daar komt bij dat werkende jongeren relatief vaak een tijdelijk of flexibel contract hebben. Dat maakt hen kwetsbaar als er ergens ontslagen vallen of banen verdwijnen. Verder is door de sluiting van de Wsw en Wajong voor jongeren met arbeidsvermogen een grotere groep aangewezen op de ondersteuning van gemeenten. Gelukkig zien we ook veel dynamiek in de in- en uitstroom: beide zijn bij jongeren naar verhouding hoger dan bij andere leeftijdscategorieën in de bijstand.
De vraag is hoe wij deze jongeren naar werk en onderwijs kunnen begeleiden. Het begint met elkaar leren kennen: weten wat een jongere wil, kan en nodig heeft. Die zoektocht zie ik ook dicht bij huis. Mijn zoon begon vol enthousiasme aan een studie, maar de praktijk sloot niet aan bij wat hij nodig had. Leren uit boeken was simpelweg niet zijn ding. Pas toen hij bij een klein bedrijf aan de slag ging – inmiddels uitgegroeid van startup tot scale-up – viel alles op zijn plek. Daar leert hij in de praktijk hoe je omgaat met collega’s en klanten, ontdekt hij welke vaardigheden hij heeft en krijgt hij dagelijks feedback.
Maar een plek waar je kunt leren, fouten maken en groeien, vindt niet iedere jongere vanzelf. Passende ondersteuning is dus belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan Individuele Plaatsing en Steun IPS-Onderwijsvariant. Deze methodiek wordt al gebruikt voor mensen met psychische problemen. De IPS Onderwijsvariant helpt jongeren bij het vinden, volgen en volhouden van een opleiding.
Op deze manier kunnen gemeenten jongeren via onderwijs perspectief op werk bieden. Maar zij kunnen dit niet alleen. Ook werkgevers hebben werk te doen. Jongeren duurzaam aan het werk helpen, is namelijk meer dan een contract bieden. Het vraagt om ruimte om te leren, oog voor wat jongeren nodig hebben en bereidheid om begeleiding en ondersteuning te bieden. Ik zie bij mijn zoon hoe belangrijk dat is: hij krijgt de kans om zich te ontwikkelen omdat zijn werkgever hem die ruimte biedt en in hem investeert. Werkgevers kunnen daarin echt het verschil maken.
Daarom ben ik blij met de initiatieven van minister Aartsen van Werk en Participatie (zie het interview op pagina 6) om meer mensen aan het werk te helpen en te zorgen dat zij duurzaam aan het werk blijven. Hij richt zich daarbij op jongeren, nieuwkomers en anderen die langs de zijlijn staan.
De 44.000 jongeren in de bijstand laten zien hoe groot de opgave is. Laten we hun tijdig de juiste ondersteuning bieden en voorkomen dat de afstand tot onderwijs en werk groter wordt. Zo geven we hun de kans om hun plek in de samenleving te vinden.