Ronald van As

Nieuw college begint op straat

Na de Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen wacht het nieuwe college een stevig inwerkprogramma. Een essentieel onderdeel daarvan is bouwen aan vertrouwen. Het vertrouwen in de overheid staat onder druk en dat merken we ook in Rotterdam. Deze stad kent een hoog armoedepercentage en telt 174 verschillende nationaliteiten. Door het toeslagenschandaal is het toch al broze vertrouwen verder afgenomen. Als ambtenaren werken we daarom voorlopig met geleend vertrouwen.

Effectief bestuur begint hierdoor niet meer in vergaderzalen, maar in directe samenwerking met Rotterdammers. Toen vorig jaar tussentijds een nieuwe wethouder aantrad, kozen we bewust niet voor een klassieke introductie, maar voor speeddates verspreid over de stad. De wethouder sprak met inwoners die verschillende geloven vertegenwoordigen of betrokken zijn bij lokale voedselinitiatieven. Zowel sleutelfiguren uit de wijken als gewone Rotterdammers deelden hun verhaal. De vragen van de wethouder waren eenvoudig, maar wezenlijk: Hoe gaat het hier? Wat doen jullie? Wat kan beter, wat vinden jullie belangrijk? Die input uit de stad bleek minstens zo waardevol als onze uitleg over de beleidsagenda en de financiën. Na de komende verkiezingen staat ons een soortgelijke introductie voor ogen. Beleid maakt immers alleen verschil als het aansluit bij wat mensen dagelijks meemaken.

Samenwerking met formele en vooral informele Rotterdamse partners is een speerpunt van het huidige bestuur. De informele spelers staan daarbij voorop: zij vormen de frontoffice, wij ondersteunen en faciliteren achter de schermen. Als deze organisaties zien dat de samenwerking met de gemeente wél goed verloopt, sijpelt dat vertrouwen vanzelf door naar inwoners. Dat vraagt om loslaten en een andere houding. Want eerlijk is eerlijk: ambtenaren hebben nog weleens de neiging om te denken dat ze alles beter weten.

Nieuwe politieke kleuren of niet, in de dagelijkse praktijk verandert er na een gemeenteraadsverkiezing minder dan de meeste mensen denken. Natuurlijk ontstaan accentverschillen, maar grofweg 80 procent van het beleid blijft gelijk. Die continuïteit is vaak pure noodzaak. Zéker op het gebied van armoede- en schuldenproblematiek, omdat daar gemeentelijk beleid alleen op de lange termijn vruchten afwerpt. Ook via die weg investeren we in vertrouwen.

In mijn functie beweeg ik voortdurend tussen college en wethouder, de ambtelijke organisatie en de stad Rotterdam. Bij de start van een nieuw bestuur breng ik risico’s in kaart, geef ik (wettelijke) grenzen aan en werk ik aan wederzijds begrip en samenwerking tussen politieke partijen die elkaars taal nog niet spreken. Die ‘taal’ mag je hier letterlijk nemen. Woordkeuze beïnvloedt hoe beleid door de buitenwereld wordt gezien, maar zegt niet alles over de inhoud ervan. Zo spreekt een rechts georiënteerde wethouder Werk en Inkomen eerder over handhaving en fraudebestrijding, terwijl een links georiënteerde collega het heeft over ondersteuning en maatwerk. Kijk je echter naar de beleidsinhoud, dan blijken de verschillen beperkt — mede doordat voor iedereen dezelfde wettelijke kaders gelden.

Vertrouwen win je met nabijheid en interactie, continuïteit, wederzijds begrip en samenwerking. Dáár begint het echte werk na 18 maart.

Ronald van As - Directeur Maatschappelijke Ondersteuning bij de gemeente Rotterdam en bestuurslid van Divosa