De vrouw wees naar Couliers blauwe COA-jas en vroeg: ‘Ben je gek of zo?’ ‘Nee’, antwoordde Coulier, ‘dat ben ik niet.’ Coulier werkt al elf jaar bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), in uiteenlopende functies. De laatste vijf jaar is ze actief als casemanager participatie. In die rol slaat ze bruggen tussen azc-locaties en de wereld daarbuiten. Een wereld die is veranderd. Een wereld waar nieuwkomers vaak niet welkom zijn en de schuld krijgen van heel veel problemen. Een wereld waar een gure wind waait.
“Toen ik hier begon, wist misschien een op de vier mensen wat het COA precies was. Als ik zei ‘asielzoekerscentrum’, dan viel het kwartje vaak wel. Rond 2015, toen er veel Syrische vluchtelingen naar Nederland kwamen, hoorde ik vaak: jullie zullen het wel zwaar hebben. Maar er kwamen ook andere reacties. Zoals: leuk dat je bij het COA werkt, zolang je ze maar niet hiernaartoe brengt. Alsof ik persoonlijk morgen even een azc in de straat kan neerzetten.” Ze besloot daarom een tijd geleden bewust om niet naar een bewonersavond in haar eigen woonplaats te gaan. “Juist omdat de sfeer daar grimmig kan zijn. Dan komt het ineens wel heel dichtbij.”
Coulier merkt dat het verharde debat haar alerter heeft gemaakt. “Ik let beter op tegen wie ik iets vertel over mijn werk, en ook hoe ik dat doe. Dat hoor ik trouwens vaker van collega’s. Laatst vertelde een collega nog dat hij zich in de stamkroeg van zijn ouderlijk dorp nauwelijks meer durft te laten zien. Iedereen daar weet dat hij locatiemanager is van een azc. Dat zegt eigenlijk al genoeg.”
Waarden
“Harde taal is in onze samenleving steeds normaler geworden”, zegt Ahmed Hamdi van het Verwey-Jonker Instituut, programmaleider van het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS). “Dat geldt vooral als het gaat om vluchtelingen, mensen met een migratieachtergrond en moslims. Professionals krijgen daar onvermijdelijk mee te maken, zowel in hun privéleven als op de werkvloer. Dat kan leiden tot ethische spanningen: je werkt vanuit bepaalde waarden, terwijl de toon in het publieke debat steeds harder wordt.”
Dat merkt ook Matthijs Lokerse, casemanager Inburgering bij Stroomopwaarts, het werkontwikkelbedrijf van Schiedam, Vlaardingen en Maassluis. “Toen ik vertelde dat ik dit werk ging doen, zag ik de wenkbrauwen omhooggaan. Ik kreeg meteen te horen dat Nederland vol is en dat het woningtekort door deze doelgroep komt.” Die politieke discussie gaat hij meestal niet aan. “Wat ik vooral doe, is verhalen delen. Over twee broers uit Syrië die een levensgevaarlijke reis naar Europa hebben gemaakt. Onderweg is hun neef overleden. Of over een cliënt uit Gaza, die onlangs is overleden aan leukemie. Over zijn familie, die al zoveel heeft meegemaakt. Een andere zoon is in Gaza omgekomen.”
Hij vervolgt: “Juist dit soort verhalen maken indruk. Ik zie hier elke dag hoe hard mensen werken om hun leven in een nieuw land op te bouwen. En ik ben er trots op dat ik hen daarbij mag ondersteunen.” Met een lach: “Mijn man is wethouder voor de VVD. Ik merk dat ik, door die menselijke verhalen te delen, ook invloed heb op hoe hij naar dit onderwerp kijkt.” Deze doelgroep heeft in ieder geval zijn hart gestolen. “Toen ik aan deze baan begon, vond ik het ook spannend. Ik bleek zelf ook vooroordelen te hebben. Maar ‘onbekend maakt onbemind’ klopt echt. Daarom deel ik liever verhalen dan dat ik het debat aanga. Ik maak het klein – en juist dat heeft impact.”
Emoties
Geworg Sahakyan, adviseur uitvoering inburgering bij de gemeente Zaandam, herkent die aanpak. “Mensen lijken meer op elkaar dan ze denken, ook mensen met een uitgesproken mening over ‘buitenlanders’. Ik probeer daar niet defensief op te reageren; ik hoef niemand te overtuigen. Achter woorden schuilen vaak emoties, zoals angst en frustratie. Het helpt vaak om het gesprek klein en persoonlijk te maken. Dan ontstaat er ruimte.”
Coulier ziet, naast het gure klimaat, ook een grote groep mensen en organisaties die zich wél inzetten voor nieuwkomers. “In mijn werk ben ik voortdurend aan het bouwen, bijvoorbeeld door vrijwilligersorganisaties te koppelen aan onze bewoners. Zo ontstaan wederzijdse verbindingen, wat een sneeuwbaleffect kan hebben in een dorp of regio. Dat motiveert me enorm om door te gaan met dit werk.”
Toch laten de verharding en harde woorden de professionals niet koud. Ze komen niet alleen van rechtse politici of die oude oom op een verjaardagsfeestje; soms zijn het ook collega’s. Lokerse liep daar regelmatig tegenaan op zijn vorige werk in de ouderenzorg, waar hij voorzitter was van de werkgroep inclusie en diversiteit. “Dat was een heel witte organisatie, en ik merkte hoe moeilijk het was om daar verandering in te brengen.” Ook bij Stroomopwaarts zet hij zich actief in voor diversiteit. “Ik zit hier ook in een werkgroep. Toen ik hoorde dat mijn collega, die een zwarte hoofddoek draagt, op de werkvloer was uitgemaakt voor ‘pinguïn’, schrok ik enorm. Stuitend. Dus ook binnen organisaties duikt polariserende taal op. Dat vind ik best gevaarlijk.”
Achteruitgang
Onderzoeker Hamdi spreekt regelmatig bezorgde ambtenaren over het klimaat in Nederland en de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. “Thema’s als inclusie, migratie en sociale cohesie waren altijd al ingewikkeld, maar onder het vorige kabinet werden ze nog complexer. En uit de Verenigde Staten dreigt van alles over te waaien. Er is sprake van een achteruitgang op het vlak van gelijkheid, antidiscriminatie en individuele vrijheid. Dat is geen tijdelijke hobbel en vraagt veel van professionals.”
Lokerse vult aan: “De beelden uit de Verenigde Staten raken me echt. Democratie, vrijheid van meningsuiting: alles wordt zo snel afgebroken. Dat raakt me niet alleen vanwege mijn werk, ik ben zelf getrouwd met een man en behoor ook tot een minderheid.” Soms maken het nieuws en desinformatie hem kwaad. “Als er bijvoorbeeld wordt gezegd dat 70 procent van de sociale huurwoningen naar statushouders gaat, is dat gewoon onjuist. Het gaat over 7 procent. Ik snap de frustratie van mensen die wachten op een woning, maar ik houd niet van populisme om stemmen te trekken. Polarisatie is géén migratieprobleem, het is een probleem van onze samenleving.”
Stille stadsdiplomatie
Op bewonersavonden over nieuwe opvanglocaties, maar ook in buurten en wijken, schuurt het steeds vaker. Bestuurders worden uitgescholden of zelfs bedreigd. Professionals moeten in zulke situaties voortdurend manoeuvreren tussen emoties, belangen en beleid. Agnes Dinkelman heeft van deze ongemakkelijke gesprekken haar werk gemaakt. Als conflictbemiddelaar werkte ze eerder in Zimbabwe, Bosnië en Irak, en nu wordt ze in Nederland bij gevoelige kwesties ingeschakeld door overheden en organisaties. Stille stadsdiplomatie, noemt ze het zelf. Ze komt vaak bevlogen ambtenaren tegen. “Heel veel betrokkenheid en goede bedoelingen. Maar vind maar eens de juiste toon wanneer er een woedende buurtbewoner voor je staat.”
Volgens Dinkelman helpt het als ambtenaren de feiten paraat hebben. Verzand niet in een emotionele discussie, is haar tip. “Het vraagt van professionals een duidelijke rolopvatting. Je vertegenwoordigt de overheid, dus je moet helder zijn over wat wel en niet kan. Duidelijkheid en oprecht contact maken, daar draait het om. Mensen mogen andere overtuigingen hebben, maar als het om gedrag gaat, moet dat wel passen in dit land.”
Tegelijk is het belangrijk dat álle partijen in een conflict gehoord worden. “Door het gesprek aan te gaan, krijg je zicht op wat er speelt. Uiteindelijk wonen mensen samen in dezelfde wijk of dorp en daar móet je met elkaar uitkomen. Op dit moment begeleidt Dinkelman een groep ambtenaren, op verzoek van de gemeente Berkelland en woningcorporatie Prowonen. “We gaan eerst met bewoners apart in gesprek en daarna met zijn allen aan tafel. Dat kan goed werken. Laatst begeleidde ik een buurt waar de spanningen opliepen na de komst van een Somalisch gezin. Ik bel gewoon bij iedereen aan. Dat is het begin van alles.”
Gewetensnood
Professionele verantwoordelijkheid kan soms spanningen opleveren. Wat als beleid botst met je eigen overtuigingen? Hamdi ziet dat ambtenaren daar soms mee worstelen. “Vorig jaar zag ik in Den Haag regelmatig ambtenaren die voor het ministerie van Buitenlandse Zaken demonstreerden tegen het Nederlandse Gaza-beleid. Toen was er echt sprake van gewetensnood.”
Coulier noemt haar eigen moreel kompas. “In het begin dacht ik: we zijn uitvoerders, we hebben geen politieke kleur. Het COA voert uit voor het ministerie. Maar je bent als professional ook gewoon een persoon, met een eigen moraal.” Een paar maanden geleden merkte ze dat heel duidelijk. “Dat ging over het eindeloos verplaatsen van mensen naar andere locaties, zonder te kijken naar de gevolgen. ‘Ho, mijn moreel kompas draait nu helemaal door’, zei ik toen. We hebben het hier over het leven van mensen.”
Beleid verandert in een democratische rechtsstaat niet van de ene op de andere dag, weet Hamdi. “Dat heeft niets te maken met de ideologie of politieke kleur van ambtenaren, maar met hoe het systeem is ingericht: de dempende werking van de ambtenaren. Hun rol draait om kennis en uitvoerbaarheid.” Zijn advies aan professionals die last hebben van de harde tegenwind: blijf dicht bij de praktijk, de werkelijkheid en de feiten. “Én blijf op je post. Als je vertrekt, ontstaat er ruimte voor mensen die er misschien heel anders in staan.” Sahakyan onderschrijft dat. “Ik ben professional. Ik kijk naar wat ik in mijn eigen werk en rol kan doen, waar de ruimte zit en waar ik verschil kan maken. En dat doe ik door elke dag weer de mens achter het dossier te zien.”
