Waarom is het belangrijk om te weten wat mensen verstaan onder rechtmatigheid?
“Vraag je mensen op de man af of hun buurman met een beperking recht heeft op een uitkering, dan zullen de meesten ja zeggen. Maar daarmee heb je hun perceptie van rechtmatigheid nog niet scherp, terwijl dit juist de kern vormt van ons denken over sociale zekerheid. Die opvattingen bepalen mede of we een beleidsplan of -maatregel omarmen of afwijzen. Het doet er dus toe door welke bril mensen naar een sociaal vraagstuk kijken. En dus ook hoe politici en beleidsmakers plannen of maatregelen ontwikkelen en erover communiceren.”

Welke percepties van rechtmatigheid onderscheid je?
“Als eerste kun je sociale vraagstukken bekijken vanuit de klassieke rechts-links-tegenstelling. Met alles wat erbij komt aan economische en religieuze opvattingen, sociaal wantrouwen en ideeën over wie er wel of niet tot de ‘eigen cultuur’ behoort. We noemen deze perceptie ‘conventioneel conservatief versus progressief’. Een tweede manier van kijken is ‘wantrouwen in etnische anderen’. Mensen vinden dan bijvoorbeeld dat iemand met een migratieachtergrond minder snel recht heeft op een uitkering.”

En hoe zit het met nummer drie, vier en vijf?
“Nummer drie is wat ik noem ‘economisch (anti-)chauvinisme’. Rechtmatigheid is dan een economisch vraagstuk waarbij landsgrenzen ertoe doen. Ofwel: prima dat je hier als immigrant naartoe komt, maar je hebt pas recht op een uitkering als je hebt laten zien wat je voor ons land betekent. Nummer vier, ‘morele herverdeling’, is gestoeld op klassieke christelijke ideeën over barmhartigheid. Wie zo naar rechtmatigheid kijkt, vindt dat mensen die er krap bij zitten ondersteuning verdienen. Dat is dan net iets anders dan nummer vijf: ‘traditionele tegenover inclusieve solidariteit’. Daarbij gaat het erom dat je solidair bent. Met iedereen of juist beperkt, binnen de eigen culturele kring.”

Welke van de vijf percepties komt het meest voor?
“Ze zijn eigenlijk best evenredig verdeeld. Al is de ‘morele herverdeling’ – met relatief veel aanhangers als uitkeringsgerechtigden en mensen die links stemmen – ietwat ondervertegenwoordigd. Inwoners hebben overigens niet slechts één perceptie van rechtmatigheid, maar herkennen zich doorgaans wel het meest in een van de percepties.”

Wat is jou persoonlijk het meest opgevallen?
“Dat een groot deel van de Nederlanders wordt beïnvloed door ideeën die oorspronkelijk uit het geloof komen. We zijn een seculier land, maar kennelijk speelt onze religieuze achtergrond nog een grote rol bij onze opvattingen over rechtmatigheid.”

Zie je een verband tussen de verschillende percepties en politieke voorkeuren?
“Dat verband is er zeker, zoals een voorkeur voor rechts-radicale partijen bij ‘wantrouwen in etnische anderen’. En voor linkse partijen bij ‘morele herverdeling’. Logisch ook: je stemt op een bepaalde partij omdat je een gedeeld wereldbeeld hebt. En er min of meer dezelfde ideeën en opvattingen op nahoudt, zoals over rechtmatigheid.”

Wat kunnen we uiteindelijk met jouw theorie?
“Een voorbeeld: de discussie over het verkorten van de WW-duur. Een groot deel van de commotie ontstond doordat dit als een economische oplossing werd gebracht. Mensen die hier door een economische bril naar kijken, omarmden het voorstel. Maar het riep juist weerstand op bij mensen die het als een moreel en solidair vraagstuk zien. Dan kan het helpen als je als politicus erkent dat je voor een moreel-ethisch dilemma stond, waarbij je hebt geprobeerd de juiste keuze te maken. En uitlegt dat je oog hebt gehouden voor mensen die in economisch onzekere tijden financieel kwetsbaar zijn.”

Dus het helpt om een gevoelige boodschap anders te framen?
“Ja, zo kun je een beleidsmaatregel beter laten landen bij inwoners die anders niet ontvankelijk zouden zijn voor jouw uitleg. Ze hoeven het niet eens te zijn met de maatregel, maar kunnen er misschien wel meer begrip voor krijgen. Dat kan polarisatie verminderen. Nog beter is het om al bij de ontwikkeling van beleid rekening te houden met verschillende opvattingen over rechtmatigheid.”

Kun je de theorie op elk sociaal of politiek vraagstuk toepassen?
“Ik denk dat ze breder inzetbaar is, ja. Collega’s van mij gebruiken de theorie ook om de steun voor de Europese Unie te onderzoeken. Of om de ideeën van mensen over rechtspopulisme te begrijpen.”

Werkt het op gemeentelijk niveau ook?
“Ja, het kan helpen om inzicht te krijgen in de opvattingen van inwoners bij gevoelige dossiers, zoals de opvang van asielzoekers. Ga met mensen in gesprek en probeer je in te leven in de verschillende perspectieven en de zorgen die zij ervaren. Dat helpt om passend beleid te ontwikkelen, inwoners beter te vertegenwoordigen en ze mee te nemen in je beslissing, ook al hadden ze zelf voor een andere oplossing gekozen. Politieke communicatie is ingewikkeld en zal nooit perfect gaan. Maar op basis van deze sociologische theorie kunnen we het misschien nét een beetje beter doen.”

In het kort

Wat: ‘Mapping the meanings of welfare deservingness: A correlational class analysis of citizens’ perceptions.’
Door wie: Thijs Lindner, Erasmus School of Social and Behavioural Sciences.
Onderzoeksvraag: Welke verschillende betekenissen geven mensen aan het vraagstuk deservingness en hoe hangen deze samen met hun sociale achtergrond?
Bijzonder omdat: Lindner een innovatieve statistische analysemethode gebruikte om te onderzoeken hoe reacties op stellingen als ‘Het is niet eerlijk dat mensen uitkeringen ontvangen waaraan ze niet hebben bijgedragen’ samenhangen met bredere opvattingen. Hij keek daarbij onder meer naar verbanden met religieuze overtuigingen en opvattingen over economische herverdeling, etnocentrisme en sociaal wantrouwen.