Je nam de governance van het NPRZ onder de loep, maar pakte het anders aan dan anders. Vertel!

“Normaal gesproken kijk je bij onderzoek naar governance naar de ‘papieren werkelijkheid’. Welke convenanten zijn er? Hoe lopen de lijnen? Ik deed etnografisch onderzoek en observeerde hoe het NPRZ-team het programma dagelijks aanstuurt. Wat doen ze in contact met partners als de gemeente Rotterdam, politie, wijkraden en schoolbesturen? En hoe komt deze samenwerking tot stand in een omgeving van waardencomplexiteit?”

Ehm, waardencomplexiteit? Leg eens uit.

“Waar mensen samenwerken heb je te maken met verschillende ideeën over wat belangrijk is en hoe je doelen of idealen bereikt. Die uiteenlopende wereldbeelden, belangen en waarden noemen we waardencomplexiteit. Die complexiteit neemt toe als professionals uit verschillende domeinen samenkomen. Zoals bij het NPRZ, maar ook op steeds meer andere plekken.”

Is die waardencomplexiteit een probleem dan? Staat het een goede samenwerking in de weg?

“Nee, dat niet per se. Maar je moet als samenwerkende partijen wel weten dat die waardencomplexiteit er ís. Vervolgens heb je specifieke vaardigheden en strategieën nodig om ermee om te gaan. De eerste impuls is om voor een rationele aanpak te kiezen als blijkt dat de ideeën over wat belangrijk of goed is uiteenlopen. Denk aan meer onderzoek doen. Extra data verzamelen. Maar uit al die aanvullende informatie komt nooit een eenduidige ‘beste oplossing’. Want die wereldbeelden, belangen en waarden zijn niet zozeer rationeel, maar eerder emotioneel. En daardoor slecht te beïnvloeden met kennis en informatie.”

Wat is dan wel een goede strategie?

“Samenwerken aan concrete praktische doelen. Dan verdwijnt een groot deel van die complexiteit en kun je elkaar eerder vinden. Voorbeeld: op een abstract niveau kun je nog verschillende ideeën hebben over wat bijvoorbeeld een ‘kansrijke jeugd’ is: een van de thema’s van het NPRZ. Vertaal je het naar een concrete situatie, dan blijkt dat iedereen vindt dat kinderen een gezond ontbijt moeten hebben. Of in een schimmelvrije woning moeten opgroeien. Door het concreet te maken, kom je makkelijker tot verbinding – en dus tot samenwerking.”

Download sprank

Dit artikel staat in Sprank #4 en is beschikbaar als gratis PDF.

Ah, dus in de praktijk blijkt pas écht wat mensen belangrijk vinden?

“Precies! Abstracte waarden zeggen niet zoveel over gedrag in de praktijk. Zo zijn veel theoretisch opgeleide ouders in Nederland tegen segregatie in het onderwijs. Ondertussen brengen ze hun eigen kinderen naar een ‘goede’ school aan de andere kant van de stad. Iedereen weet ook eigenlijk best dat dat zo werkt: in het dagelijks leven maken we andere keuzes dan wat we op abstract niveau ‘het beste’ vinden.”

Je punt is dat we die informele, praktische kennis meer moeten waarderen.

“Ja, we behandelen deze kennis vaak als ondergeschikt. En negeren de rol van emoties. Maar emoties en praktische ideeën over wat goed is, vertellen ons juist veel. Ga maar na, als je een meeting bijwoont met concrete voorbeelden, of liever nog: als je bezig bent in de praktijk, dan voel je daar toch meer bij dan bij heel abstracte informatie? Er gebéurt iets. Je komt tot nieuwe ideeën, voelt de urgentie, ervaart eigenaarschap en gaat over tot actie. Emoties zijn bepalend voor hoe we over dingen denken en een belangrijke motor voor gedrag. Toch sturen veel organisaties en samenwerkingsverbanden op abstracte informatie. Dat creëert afstand en biedt vaak te weinig aanknopingspunten voor praktisch handelen.”

En hoe zit het nu dan bij het NPRZ? Hebben de samenwerkende partijen elkaar op praktisch niveau gevonden?

“Het is ze goed gelukt om met elkaar bottom-up – op basis van input van bewoners en lokale professionals – concrete doelen te stellen: een evenwichtiger woningvoorraad op Zuid, meer mensen aan het werk, betere schoolprestaties … Daar werken de partijen samen hard aan en ze leren elke dag bij. Op het niveau van de uitvoering krijgt het programma veel positieve reacties. Toch roept het programma ook weerstand op. Maar die bestaat vooral op een abstract niveau: links versus rechts, formeel versus informeel, top-down versus bottom-up … Het NPRZ laat zien dat veel van die abstracte waardenconflicten verdwijnen als je samenwerkt aan concrete doelen.”

Welke les kan de gemiddelde professional uit jouw onderzoek trekken?

“Of je nu samenwerkt met je directe collega’s, professionals uit een ander domein, bewoners of onderzoekers: zoek niet eindeloos houvast in data. Maak ook gebruik van de informatie die emoties geven; die van anderen en die van jezelf. En blijf dicht bij de dagelijkse praktijk. Zo maak je verbinding met de ander, blijf je gemotiveerd en creëer je eigenaarschap. En dat is precies wat we nodig hebben bij complexe vraagstukken, zoals die in Rotterdam-Zuid.”

In het kort

Wat: ‘Governance van het NPRZ vanuit een meervoudig waardenperspectief.’
Onderzoeksvraag: Op welke manieren draagt de normatieve aanpak van het NPRZ bij aan het ontstaan van grensoverstijgende samenwerkingen in een omgeving van meervoudige waardensystemen?
Door wie: Fenna van Marle, sinds 1 september onderzoeker bij Kenniscentrum Toegepaste Brede Welvaart van Hogeschool Leiden. Daarvoor werkte ze als postdoctoraal onderzoeker aan de Erasmus Universiteit.
Opvallend omdat: in de meeste onderzoeken het accent ligt op rationele aspecten: wat zeggen en doen mensen? Hierdoor blijft er veel buiten beeld. Van Marle onderzocht de dynamiek tussen professionals door ook haar blik te richten op wat ze voelen, op wat ze níet zeggen, op wat ze níet doen – en welke patronen daarin te ontdekken zijn.