Omar Abdul Hamid – pet op, lange baard, opvallende tatoeages, gouden tand – loopt door de kantine van ’t Venster, een middelbare school in Arnhem, precies tussen de wijken Geitenkamp en Klarendal in.

De pauze is net begonnen. Jongens groeten hem met een boks. “Alles goed?” Hij kent veel leerlingen hier. Bekende gezichten van de straat. Hij weet dat sommige jongeren liever niet naar huis gaan, dat ze liever ’s avonds met vrienden buiten blijven rondhangen. “Ik ben zelf opgegroeid op Curaçao, heb op jonge leeftijd veel gezien en meegemaakt.”

Hamid kent de verleidingen van de straat maar al te goed. “Uiteindelijk heb ik een ander pad gekozen. Daarom ben ik straatcoach geworden. Ik woon zelf hier in de buurt. Ik ken deze wijken: de armoede, de alleenstaande moeder die probeert rond te komen met vier kinderen in een tweekamerflatje.” Hij is een van de veertien straatcoaches van de Stichting Aanpak Straat- en Schoolveiligheid (SASS). Elke dag en elke avond zijn ze te vinden in de Arnhemse wijken. Ze maken een rondje langs de middelbare scholen, maken een praatje, luisteren en winnen vertrouwen. “Jongeren zijn schaapjes hè, ze doen elkaar allemaal na.”

Collega Bayram Yaman knikt. “Vertrouwen winnen, daar gaat het om, maar ik spreek de jongeren ook aan op hun gedrag. ‘Nu ben ik het, maar de volgende keer staat de politie hier’, zeg ik vaak.” Zelf is hij in Presikhaaf in Arnhem opgegroeid, kent veel jongeren en hun familie. Lange tijd werkte hij in de beveiliging, maar na corona werd hij straatcoach. “Ik ben geen sociaal werker”, benadrukt hij. “We komen niet achter de voordeur, maar we schakelen wel met de wijkagent en het jongerenwerk. We zijn een soort grote broer.”

Conciërge Majoub Irkan sjouwt met stoelen en steekt zijn hand op. Conciërges kunnen het verschil maken, weet Hamid. “Hij is er zo een. Streng maar rechtvaardig.” Ook leerlingenbegeleider Soufian Arjoch komt even buurten. Hij is blij met de samenwerking met Yaman en Hamid. De straat komt de school binnen en andersom. “Er speelt veel in het leven van deze jongeren, thuis en op straat. Als school proberen wij de brug naar de ouders te slaan.”

Veiligheidsprobleem

De straatcoaches en de middelbare scholen zijn belangrijke spelers in de Arnhemse aanpak om de veiligheid in en om school te versterken. Burgemeester Ahmed Marcouch maakte zich een paar jaar geleden grote zorgen over de steeds jongere jongens die op straat drugs dealden. “Jongens van een jaar of veertien die bolletjes op het station verkopen. Toen heb ik schoolleiders, hulpverlening en politie uitgenodigd voor een gesprek. De scholen beaamden dat ze een veiligheidsprobleem hadden.”

In die tijd werd Nederland opgeschrikt door heftige liquidaties door de georganiseerde misdaad, zoals de moord op advocaat Derk Wiersum. “Toenmalig minister Grapperhaus van Justitie was net een groot repressief programma aan het optuigen. Ik heb hem toen gebeld en gezegd: ‘Vergeet niet dat we onze jongeren ook willen beschermen tegen dit soort criminelen.’” De minister had begrip voor dit standpunt en Arnhem kreeg geld om de jeugdcriminaliteit aan te pakken. De aanpak is deels repressief – door nauwe samenwerking met politie en Openbaar Ministerie wordt het pad naar de misdaad sneller afgesloten –, maar ook preventief. Marcouch: “Dan hebben we het over de pedagogische wijk; over het versterken van het netwerk rondom onze jongeren.” Het was het begin van het kabinetsprogramma ‘Preventie met Gezag’. Dit programma beoogt te voorkomen dat kinderen en jongeren in kwetsbare wijken in aanraking komen met criminaliteit en daarin doorgroeien. Sinds de start eind 2022 doen 27 gemeenten mee; het programma ondersteunt daarnaast 20 kleinere gemeenten.

Handen in het haar

It takes a village to raise a child, is een uitspraak die vaak opduikt in het Arnhemse verhaal. Uit deze visie is in 2021 de VIOS-aanpak Veiligheid In en Om School ontstaan. Het was een middelbare school die bij de gemeente aanklopte, vertelt Danny Oudsen, directeur van SASS. “Ze zaten daar met de handen in het haar, hadden te maken met veel incidenten. Drugshandel bij school, vuurwerk, groepsvorming, jongeren die elkaar liepen op te fokken en daar kwam het hele online deel nog bij.”

Zo ontstond een nieuwe aanpak, waarbij op elke school de intern begeleider, politie, wijkcoach, jongerenwerk, leerplichtambtenaar en straatcoach samen aan tafel gaan. Oudsen: “We voeden elkaar met kennis en nieuwe trends, met wat je op school en op straat tegenkomt.” Naast het zogeheten kernteamoverleg is er nu maandelijks op elke school ook een signaleringsoverleg, waar specifieke zorgen over leerlingen worden besproken. Samen komen zo alle puzzelstukjes bij elkaar. Inmiddels zijn alle middelbare scholen en één mbo-school in Arnhem aangesloten.

Schoenen likken

De meerwaarde van al die korte lijntjes bleek een tijdje terug, vertelt Oudsen. Meidengroepen lagen met elkaar in de clinch in Arnhem. “Meiden vernederden elkaar en daar werden filmpjes van gemaakt. De een dwong de ander om haar schoenen te likken. Toen moest er weer iemand anders en dat ging maar door. Op een zondag mondde dit uit in een grote vechtpartij in een park.”

De dinsdag daarop zaten álle partners bij elkaar aan tafel om een plan van aanpak te maken. Er waren vier scholen bij betrokken. “Wat weten we over deze jongeren, wat is er aan de hand online, op school, op straat? Donderdag waren al de eerste gesprekken met de jongeren én ouders op het stadhuis. Dit was ons anders nooit zo snel gelukt.” Oudsen, destijds veiligheidsadviseur bij de gemeente, ging samen met de politie en een jongerenwerker in gesprek met de kids en ouders. “Het doel was vooral om hen wakker te schudden. De impact op de slachtoffers was enorm. Ik zag heel veel onvermogen bij ouders. Twee ouders wisten het niet meer en zeiden dat we hun dochter maar moesten opsluiten.” Het snelle handelen voorkwam verdere escalatie. “Iedereen ging aan het werk: politie, school, jeugdzorg en jongerenwerk. Maatwerk voor elk betrokken meisje.”

Alle professionals bij VIOS zijn alert en pikken snel signalen op, merkt veiligheidscoördinator Anouk van Strien van het VIOS-team van SASS. “Het is heel menselijk om te denken: ah, het valt allemaal wel mee. Recent nog was een jongen naar school gekomen met een wapen. Een docent merkte het vlot op, meldde het bij de veiligheidscoördinator op school en daarna kwam direct de politie.” De jongen van zestien bleek behoorlijk in de knoop te zitten. “De vraag was ook hoe hij aan een wapen kwam. Daar zat natuurlijk een verhaal achter.”

Scholen krijgen anno 2025 veel op hun bordje, zien Oudsen en Van Strien. “Vroeger was de houding bij het onderwijs: wat er in het weekend of online gebeurt, daar zijn wij niet van. Maar dat komt allemaal maandagochtend wel weer de school binnen. Het besef dat de school een minisamenleving is, groeit gelukkig.”

Neutrale partner

De pedagogische wijk is méér dan de VIOS-aanpak, stelt Oudsen. “We hebben in Arnhem ook de rijke schooldag, het jongerenwerk op school en de wijkrechtspraak. De kern is dat we de belangen van het kind vooropstellen. Nederland is zo gebureaucratiseerd, iedereen zit in zijn hokje. Tijdens de coronaperiode waren we letterlijk kinderen kwijt, niemand wist waar ze waren. Hoe dan?”

Van Strien knikt: “Deze week had ik nog zo’n situatie. Een jongen komt al een tijdje niet op school, maar staat daar wel ingeschreven. Hij zou begeleiding krijgen van jeugdzorg, maar na even rondbellen blijkt dat dit al even is gestopt. De begeleider in kwestie maakt zich echter ernstig zorgen over de leerling én heeft dat ook gemeld aan het wijkteam. En daar is het bij gebleven. School weet van niets. Tja, dan klim ik wel even in de hoogste boom. Ik wil niet dat we zo’n jongen dan loslaten.”

Van Strien is vaak de schakel tussen alle partijen. “We zijn de neutrale partner in het geheel. We zijn niet van de politie, niet van school en niet van de gemeente. Dat helpt. Bij drukte zijn mensen toch geneigd om terug te schieten in het eigen domein. Dan zegt de school: we hebben de politie gebeld en daarmee is de kous af. Maar dan begint het werk eigenlijk pas.”

Obstakels in de samenwerking blijven volgens haar het bureaucratische systeemgedoe en de privacyregels. Iedere partij denkt toch weer net even anders over de uitwisseling van privacygevoelige gegevens. “We proberen een breinaald dwars door alle domeinen te steken. Integraal ontschotten, werken vanuit de bedoeling. Mooie woorden, niemand is ertegen, maar best lastig in de dagelijkse praktijk.”

Niet zomaar chillen

De financiering van de pedagogische wijk komt grotendeels uit het landelijke programma Preventie met Gezag en het Nationaal Programma Arnhem-Oost. Oudsen: “Het gaat allemaal over het stutten van de kinderen.” En dat stutten heeft succes. Het aantal first offenders is de afgelopen jaren met 34 procent gedaald. Arnhem wordt steeds vaker als voorbeeld genoemd in de aanpak van jeugdcriminaliteit.

Burgmeester Marcouch: “De jongeren worden gezien, door de leerkracht op school, het jongerenwerk, de straatcoach en de wijkagent. Onze jongerenwerkers zijn niet zomaar met hen aan het chillen in het buurthuis. Nee, ze kennen de jongeren écht. We zien nu bijvoorbeeld dat jongerenwerkers zelf worden benaderd door ouders wanneer het thuis even vastloopt.” Dit netwerk vraagt om voortdurend onderhoud. “We hebben elkaar nodig en dat gaat niet vanzelf. We breiden het netwerk ook uit. Zo hebben we nu 130 jongeren aan lokale ondernemers gekoppeld, om hun ook een ander perspectief te bieden.” Op die manier wordt de village rondom de Arnhemse jongeren alleen maar groter. “Natuurlijk, primair zijn ouders verantwoordelijk, maar als samenleving hebben we ook een taak. Deze jongeren zijn van ons allemaal.”

 

In het kort

De Stichting Aanpak Straat- en Schoolveiligheid (SASS) voert de Veilig In en Om de School (VIOS)-aanpak uit in Arnhem. Bij deze preventieve aanpak ondersteunen schoolveiligheidscoördinatoren van SASS scholen met advies, voorlichting en interventies om te voorkomen dat jongeren afglijden naar de criminaliteit. Dit sluit aan bij de bredere doelstelling van het kabinetsprogramma Preventie met Gezag: vroegtijdig signaleren, jongeren kansen bieden en tegelijkertijd snel ingrijpen wanneer er problemen ontstaan.

‘Online wereld geeft veel gedoe op school’

Veiligheidscoördinator Henriette van Bindsbergen, vmbo ’t Venster

“De ouderbetrokkenheid is laag bij ons op school. En dat begrijp ik ook. Ouders voeren hun eigen gevecht: kan ik de huur betalen, kan ik morgenavond een maaltijd op tafel zetten? En dan komen wij als school ook nog eens op de lijn: uw kind was z’n boeken vandaag vergeten. Gelukkig hebben wij een stevig ondersteuningsteam met pedagogisch medewerkers en een orthopedagoog. Zij slagen er vaak wel in om contact te komen met de ouders. Die zorgtak op school is echt gegroeid.

Ouders hebben last van schaamte. Mensen willen de schijn ophouden, denk ik. Sociale media versterken dat alleen maar: je leven moet perfect zijn. De online wereld geeft ook op school gedoe. Vroeger, als twee kinderen ruzie hadden, fietsten ze naar huis en was het weg. Nu gaat het ‘tjaktjaktjak’ verder op sociale media. Dus ja, er is veel veranderd. Maar de verbinding met de kinderen blijft essentieel.”

‘Met de meeste jongeren gaat het goed’

Wijkcoach Celal Mercan

“Ik ben lid van het wijkteam en sinds een jaar ook van het onderwijsteam op een middelbare school. Die samenwerking is zeker nuttig. Soms ga ik naar aanleiding van een signaal op school bij een leerling thuis langs, samen met een jongerenwerker. Pas nog bij een jongen die dreigde het verkeerde pad op te gaan. Hij bleek bij zijn grootouders te wonen en ook zij maakten zich zorgen. Samen proberen we dan de juiste manier te vinden om deze jongen te helpen en te voorkomen dat hij afglijdt.

Maar we moeten ook beseffen dat de jeugdcriminaliteit in Nederland afneemt en dat het met de meeste jongeren goed gaat. Het helpt dat we zo’n netwerk bouwen rondom jongeren. Ik zie ook dagelijks hoe hard we aan het werk zijn om mensen met schulden te helpen. Natuurlijk kunnen we deze systemen nog beter en efficiënter maken, maar de perfecte wereld bestaat niet. Armoede is een probleem, maar vroeger was dat probleem nog veel groter. Laten we dat niet vergeten. Het punt is eerder dat iedereen nu van alles ziet op sociale media. ‘Ik wil ook die fatbike, ik wil ook die schoenen.’ Dat is de blik van de jongeren van nu.”

‘Veel ouders hebben geen idee wat hun kind uitspookt’

Wijkagent Quinsy Tazelaar

“Sinds een jaar ben ik wijkagent in Klarendal. Ik schuif ook aan bij het overleg op de school. Ik doe veel straatwerk en ken de jongeren goed. Eerder heb ik gewerkt in een andere gemeente, waar deze aanpak niet was, dus ik kan mooi vergelijken. Ik zie hoe waardevol deze samenwerking is. We kennen elkaar hier en dat werkt.

Als wijkagenten komen we vaker op school, niet alleen als er een incident is. Straatcoaches weten weer goed aan te sluiten bij de jongeren op straat. Zij spreken hen ook aan op hun gedrag. Dat is toch weer anders dan wanneer ik dat doe. Veel ouders hebben geen idee wat hun kind uitspookt. Daar verbaas ik me vaak over. Mensen zijn soms alleen met zichzelf bezig, dat kom ik echt in alle wijken tegen.”