Hannie, Carlette en Gerrie zitten al aan de koffie.

De bekende gezichten van de donderdagochtend. Deze oudere dames wonen aan het Wenckebachplantsoen in Nieuwegein en zijn elke week te vinden in De Wenck, de ontmoetingsruimte met grote ramen onder een van de flats. Buiten wurmt een vader z’n dochtertje in een schommel in de speeltuin. “Nog een bakkie?”, vraagt opbouwwerker Lotte Freyee. De 69-jarige Hannie vertelt over haar rugklachten en de rollator die ze wil aanschaffen. “Wat ik daarbij voel? Tja, ik zal wel moeten, niks aan te doen.” Even later schuift een jongere buurvrouw aan met haar hulphond. ‘Niet aaien, aankijken of aanspreken’, staat er op z’n hesje. De hond gaat direct naast haar stoel liggen. “Hoe is het met hem? Alweer opgeknapt?”, informeert Lotte. “Gelukkig wel, ik geef hem nu alleen nog stukjes kip”, antwoordt de vrouw.

Aan de muur hangt een poster van het opbouwwerk met de tekst: ‘Wij zijn er voor jou.’ Op tafel ligt een flyer voor de maandelijkse knutselmiddag, georganiseerd door een buurvrouw uit de flat. Freyee hoorde haar ooit vertellen dat ze graag iets voor de buurtkinderen wilde doen. En in het opbouwwerk is één plus één al snel drie. Zo’n activiteit is niet alleen leuk voor kinderen en ouders, maar geeft de buurvrouw ook weer een gevoel van betekenis.

Revival

Mensen bij elkaar brengen, gemeenschappen bouwen en versterken: het zijn trending topics in het sociaal domein. Het opbouwwerk beleeft een revival, ziet Ronald Laurens. Hij is coördinator opbouwwerk bij welzijnsorganisatie Movactor en al jaren werkzaam in het sociaal domein. “De aandacht voor de gemeenschap is terug van weggeweest. Het hangt overal in de lucht. Opbouwwerkers duiken opnieuw op, alleen onder andere namen: community builders, woningpluscoaches, wijkverbinders … Zelf heb ik in Utrecht gewerkt als sociaal makelaar en buurt- en flatcoach. Eigenlijk vinden we met z’n allen steeds opnieuw het wiel uit, met nieuwe rollen en functienamen, terwijl het allemaal over opbouwwerk gaat.”

Het besef groeit dat mensen sociale wezens zijn, die elkaar nodig hebben en gezonder blijven wanneer ze iets voor een ander kunnen betekenen. In veel gemeenten in Nederland wordt daarom gewerkt aan de ‘sociale basis’: alle informele contacten en netwerken in wijken en buurten. Aan de overheid en instanties de taak om deze sociale verbanden te stimuleren en te ondersteunen. Sinds de invoering van de Wmo in 2015 met de bekende keukentafelgesprekken is de focus té veel komen te liggen op individuele ondersteuning en maatwerk. Maar met de vergrijzing en de toenemende druk op de zorg blijkt die aanpak niet meer houdbaar. Collectief in plaats van individueel is het nieuwe credo.

‘Vroeger liep je gewoon de wijk in en deed je wat nodig was. Nu zijn we voortdurend bezig: waar is nog een potje geld?’

Ronald Laurens (welzijnsorganisatie Movactor)

Op het bord

Er ligt dan ook veel op het bord van opbouwwerkers, community builders en buurtverbinders. Zij trekken de wijk in, weten wat er speelt voor én achter de voordeur en sluiten aan bij wat inwoners nodig hebben. Ondertussen bouwen ze aan vertrouwen en slaan ze bruggen tussen inwoners, overheid en instanties – juist in een tijd dat het vertrouwen in de overheid achteruit holt. Dit alles doen ze samen met alle andere partners in de wijk, zoals politie en maatschappelijk werk. Daarnaast werken ze aan democratisering, inclusiviteit en sterke gemeenschappen waarin mensen elkaar helpen vóórdat ze aankloppen bij een gemeenteloket of huisarts.

“Kortom: dit doe je niet even in een middag”, zegt Laurens. Opbouwwerk vraagt om tijd, uren én vakmanschap van Freyee en haar vijf collega’s. Zeker in Nieuwegein, waar veel signalen op rood staan: van armoede en schulden tot jeugdcriminaliteit en overgewicht. De gezondheidsverschillen in deze stad met 68.000 inwoners zijn groot; het maakt uit in welke wijk een wieg staat.

De Centrale As, waar ook het Wenckebachplantsoen onder valt, is onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. In dit programma werken ministeries, gemeenten, inwoners en lokale partners aan de leefbaarheid en veiligheid in twintig kwetsbare gebieden in Nederland. Eind vorig jaar kreeg Nieuwegein nog 5,5 miljoen euro van de bijbehorende specifieke uitkering ‘Kansrijke Wijk’. Laurens: “Er komt steeds meer incidenteel geld onze kant op. Dat is fijn, maar het blijft tijdelijk. Vandaag betekent het extra uren voor een opbouwwerker, maar over twee jaar kan het geld weer verdwenen zijn.”

Drie truien

De vijf opbouwwerkers in Nieuwegein werken outreachend en bellen aan bij mensen in de wijk. Hoe gaat het? Wat mist u in de wijk? Wat zou u zelf willen bijdragen? Freyee schrikt soms van de verhalen die ze hoort. Ze vertelt over de vrouw die met drie truien over elkaar de deur opendeed. “De verwarming zou ze ’s middags wel een keer aanzetten.” Of die oudere man die in de winter was uitgeleden en zeker drie kwartier tegen een lantaarnpaal lag voordat hij hulp kreeg. “Hij had niemand om te bellen en mensen liepen hem gewoon voorbij.” Inmiddels komt deze man ook naar De Wenck. Freyee ging met hem mee naar de Taalbrigade NT2 in de bibliotheek om beter Nederlands te leren spreken en lezen. “Hij spreekt de taal niet zo goed en kwam bij mij aanzetten met een tas vol brieven. Inmiddels gaat hij regelmatig naar de Taalbrigade. Zijn wereld wordt langzaam groter.”

De betekenis van zo’n eerste kop koffie moeten beleidsmakers volgens de opbouwwerkers niet onderschatten. Freyee wijst naar de groep in De Wenck. “Een van de dames hier heeft maar een klein netwerk. Een paar weken geleden moest ze geopereerd worden. Toen is iemand van de koffieochtend met haar meegegaan naar het ziekenhuis. Dat contact was er een halfjaar geleden nog niet.” Ze bedoelt maar: “Er zijn genoeg mensen die uit eenzaamheid wekelijks bij de huisarts zitten.”

‘Het bouwen van gemeenschappen is géén tijdelijk projectje, maar een proces van lange adem’

Sonja Liefhebber (Movisie)

Agendaloos bewegen

De herwaardering van het opbouwwerk vraagt niet alleen veel van opbouwwerkers, maar ook van gemeenten, zegt senior onderzoeker Sonja Liefhebber van Movisie. “Het bouwen van gemeenschappen is géén tijdelijk projectje, maar een proces van lange adem. Het vraagt om geduld, vertrouwen en vooral samenwerking tussen bewoners, professionals en overheid. Dat gaat veel verder dan mensen laten meedenken over bijvoorbeeld de inrichting van een plantsoentje. Het gaat erom te horen wat er leeft, mensen serieus te nemen, hen te laten meebeslissen over wat nodig is en dat proces goed te faciliteren. Daarvoor zijn vakmanschap en ruimte voor professionals nodig.” Ook zij zegt: “Dit doe je niet in een uurtje per week.” Gemeenten zouden samen met opbouwwerkers moeten kijken wat er nodig is, vindt ze. “Continuïteit, voldoende ruimte en langdurige contracten zijn essentieel.”

Liefhebber werkte mee aan het nieuwe Expertiseprofiel Opbouwwerk, dat eind 2025 werd gelanceerd door beroepsvereniging voor sociaal werkers BPSW, kennisplatform Krachtproef, Movisie, Sociaal Werk Nederland en verschillende hogescholen. Het doel: meer duidelijkheid scheppen over het vak en vakmanschap van opbouwwerkers. De initiatiefnemers vatten het mooi samen: ‘In een tijd van groeiende ongelijkheid, polarisatie, bestaansonzekerheid en complex beleid is deze rol urgenter dan ooit. Veel vraagstukken kunnen simpelweg niet meer van bovenaf worden opgelost. Er is gemeenschapskracht nodig.’

Liefhebber waarschuwt dat gemeenschappen in hun eigen tempo groeien en zich niet laten sturen door allerlei wensen en verwachtingen van bovenaf. Dat is wennen voor beleidsmakers en bestuurders, merken ook de opbouwwerkers in Nieuwegein. Laurens: “Vroeger liep je gewoon de wijk in en deed je wat nodig was. Nu zijn we veel tijd kwijt aan verantwoorden en aanvragen: waar is nog een potje geld?”

In het gemeentehuis is vaak behoefte aan snelle resultaten en meetbare opbrengsten. Bijvoorbeeld: hoeveel mensen zijn er bereikt, hoeveel mensen zijn doorverwezen naar schuldhulpverlening? Freyee: “Wij werken veel met projecten en incidentele middelen, waaraan doelen en resultaten zijn gekoppeld. Dat staat eigenlijk haaks op de kern van het opbouwwerk. De vraag zou veel meer moeten zijn: wat moeten we nu doen zodat het in 2030 effect heeft?” Volgens haar en Laurens draait opbouwwerk juist om aanwezig zijn in de wijk, zonder vooraf vastgelegde uitkomsten. Agendaloos bewegen, noemen ze dat in Nieuwegein. Laurens: “Het duurt vaak jaren voordat de dynamiek in een wijk echt verandert.”

Voetbaltoernooitjes

De kunst is vooral om ruimte te geven aan wat er leeft – ook als bewoners boos zijn. In een wijk waar veiligheid een groot thema was en veel frustratie leefde richting gemeente en instanties, organiseerde Movactor samen met de gemeente drie bewonersbijeenkomsten. “Tijdens de eerste bijeenkomst liepen de emoties hoog op. Mensen waren boos en moesten hun verhaal kwijt”, zegt Freyee. Zelf wilde ze al snel naar mogelijke oplossingen toewerken, vertelt ze eerlijk. “Maar mensen waren daar nog helemaal niet klaar voor. Ze waren murw geslagen. Als je voortdurend een grote bek krijgt van jongeren in de wijk en het gevoel hebt dat er toch niets met je klachten gebeurt, dan verlies je ook het vertrouwen in oplossingen.”

Pas na twee bijeenkomsten veranderde de sfeer. Freyee: “Buurtbewoners hebben elkaar leren kennen en willen nu zelf iets gaan doen. Het gevoel dat dit hun wijk is, komt langzaam terug.” Inmiddels is er een actieve Whatsapp-groep ontstaan en gaat een groep bewoners aan de slag met de Burendag. “En een paar vaders willen voetbaltoernooitjes gaan organiseren. Ook dat idee komt van henzelf.” Laurens heeft daarom een duidelijke boodschap aan gemeenten. “Laat professionals hun werk doen. Wij weten echt wel hoe het moet. Kijk naar de kleine veranderingen: buurtbewoners die elkaar vinden, mensen die zelf wat gaan oppakken. Dán ontstaat beweging.”

ABCD-methode: begin bij wat er al is

Samenlevingsopbouw draait om het versterken van gemeenschappen: bewoners ondersteunen om meer invloed te krijgen op hun leefomgeving en onderlinge verbindingen uit te bouwen. Niet problemen of tekorten staan centraal, maar de vraag: wat is er al aanwezig aan talenten, netwerken en initiatieven? Dat vraagt van professionals een andere rol: minder overnemen, meer verbinden en ruimte maken voor bewonerskracht.

Een veelgebruikte aanpak in Nederland is de ABCD-methode (Asset Based Community Development). Deze benadering vertrekt vanuit bestaande kwaliteiten en hulpbronnen in een buurt. Samen met bewoners brengen professionals talenten, relaties en initiatieven in kaart, om daarop voort te borduren. Het uitgangspunt: duurzame verandering ontstaat wanneer bewoners zelf eigenaarschap ervaren. Ook Movactor in Nieuwegein werkt vanuit de ABCD-gedachte.

Opbouwwerkers zijn van oudsher de professionals die werken aan samenlevingsopbouw. Op steeds meer plekken in Nederland krijgt klassiek opbouwwerk een andere naam. Zo gaan in Rotterdam medewerkers van De Verbindingskamer de wijk in, soms met een bos bloemen als ijsbreker, om contact te leggen en vertrouwen op te bouwen. Initiatiefnemer Marianne Lock deelt haar ervaringen (‘Zeg het met bloemen’) tijdens het Divosa Voorjaarscongres op 18 juni.

Meer weten? Op movisie.nl is een dossier te vinden over wat werkt bij samenlevingsopbouw (zoek op ‘samenlevingsopbouw’). Het doel van dit dossier is om alle spelers te ondersteunen die hier op uitvoerend niveau aan werken. Ook het Expertiseprofiel Opbouwwerk vind je op deze site (zoek op ‘expertiseprofiel’).