Termen als ‘targets’, ‘opschalingsmogelijkheden’, ‘data’ en ‘succespercentages’ komen regelmatig voorbij als zij praat over armoede en schulden. Máxima is erevoorzitter van de Stichting Financieel Gezond Nederland (SFGN), een samenvoeging van SchuldenlabNL en de Nationale Coalitie Financiële Gezondheid. Tijdens de lancering afgelopen november vertelde de koningin wat financiële gezondheid volgens haar inhoudt. “We kijken naar wat mensen concreet nodig hebben om vandaag hun noodzakelijke uitgaven te doen en morgen in hun behoeften te voorzien. Om voldoende weerstand te hebben bij tegenslagen. En om de ruimte te hebben te bouwen aan hun toekomst en die van hun kinderen, zonder angst en financiële stress.”
Zij zei toen ook: “Financieel gezonde mensen brengen financiële stabiliteit, economische productiviteit en groei.” Financiële gezondheid is dus van belang voor de mensen zelf én voor het land, maar er is nog veel werk te doen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben bijna 750.000 huishoudens in Nederland problematische schulden en 1,2 miljoen mensen nauwelijks een buffer. Het doel van SFGN is om het aantal financieel kwetsbare huishoudens tegen 2030 te halveren. Bij het publiek-private samenwerkingsverband zijn zo’n vijftig partners aangesloten, van bedrijven, banken en zorgverzekeraars tot UWV, SVB, ministeries en gemeenten.
Werkbezoek
Een van die gemeenten is Rotterdam. Eind februari bracht de koningin een werkbezoek aan het wijkcentrum in Bloemhof, stadsdeel Feijenoord. Daar kunnen buurtbewoners wekelijks binnenlopen met financiële vragen. Als de medewerkers een probleem niet zelf kunnen oplossen, verwijzen ze iemand door naar het Geldplein van de gemeente. In Rotterdam hebben ruim 55.000 huishoudens problematische schulden. Ofwel: 16,3 procent, tegenover 8,6 procent landelijk. “Het wantrouwen richting de overheid is hardnekkig. Mensen zijn bang dat ze hun autonomie kwijtraken als ze hulp zoeken, bijvoorbeeld dat ze hun auto moeten inleveren of leefgeld krijgen”, zei Michel Noordermeer, coördinator van het beleidsteam Armoede en Schulden, tijdens het bezoek.
“Onze stad staat hoog in de landelijke lijstjes als het gaat om armoede- en schuldenproblematiek”, zei wethouder Abigail Northville. “Toch wil ik niet somber zijn, want ik zie volop kansen voor verbetering. Bijvoorbeeld: niet alleen vanuit het stadhuis opereren, maar aanwezig zijn in de wijken. Informatie en aanvraagprocessen vereenvoudigen. De vroegsignalering verder verbeteren. Prioriteit leggen bij jongeren met financiële problemen. En samenwerken met onderwijs, werkgevers, Rijk, digitale partners en vrijwilligers- en buurtinitiatieven in de stad.”
Máxima vroeg de wethouder naar de meetbare doelen van het college. “Dat het aantal intakes en gestarte schuldhulptrajecten groeit”, antwoordde Northville. “Maar deze indicatoren zeggen niet alles: soms is iemand na één gesprek geholpen, andersom betekenen een intake en traject niet altijd dat iemand daadwerkelijk uit de schulden raakt. Misschien moeten we de scope dus breder maken.”
Beproefde schuldhulpmethoden
SchuldenlabNL, dat is opgegaan in SFGN, heeft negen methoden beoordeeld als een beproefde en succesvolle manier om mensen met problematische schulden te helpen:
• Doorbraakmethode: aanpak die uitgaat van de mens, niet van het systeem, voor gezinnen met complexe, meervoudige problemen.
• Collectief schuldregelen: snellere afhandeling van schulden en samenwerking tussen schuldeisers.
• Jongeren Perspectief Fonds: initiatief dat jongeren helpt om schuldenvrij te worden én werkt aan een toekomstplan via scholing of werk.
• Nederlandse Schuldhulp Route: vroegtijdige signalering en toeleiding naar passende hulp, onder meer geldfit.nl.
• De Voorzieningenwijzer: online tool en adviesmethode die inwoners helpt inzicht te krijgen in toeslagen en inkomensregelingen.
• Over Rood: ondersteuning voor (ex-)ondernemers met financiële problemen.
• Plinkr Nazorg: nazorg na schuldhulpverlening, budgetbeheer en beschermingsbewind.
• Socialdebt: hulp voor jongeren bij het oplossen van beginnende schulden (zie ook pagina X, red.).
• Hoe word je rijk?: educatieve methode voor jongeren rond financiële vaardigheden.
Straatacties
Rotterdam is een offensief gestart om de dienstverlening beter af te stemmen op de behoeften van de inwoners en ‘naar de Rotterdammer toe te gaan’. Zo organiseert de gemeente straatacties, waarbij medewerkers inwoners aanspreken op markten en in winkelstraten. Noordermeer: “We zetten meertalige medewerkers in om het vertrouwen te winnen. Soms vindt het intakegesprek ter plekke plaats, soms verwijzen we mensen door. Zo verlagen we de drempel om om hulp te vragen. In plaats van te wachten tot inwoners naar het loket komen, gaan we naar hen toe.”
Zo’n persoonlijke benadering is echter wel arbeidsintensief. Noordermeer: “Straatacties, huisbezoeken en telefonisch contact vragen voorbereiding en nazorg. Dat kun je niet onbeperkt doen met hetzelfde aantal medewerkers.” Tugba Sahin, teamleider van het Geldplein, vertelde dat er onvoldoende capaciteit is om mensen te vergezellen naar het Geldplein. “Veel mensen haken af als ze alleen een adres of telefoonnummer meekrijgen. Het risico is dan dat je hen ergens onderweg kwijtraakt.”
Koningin Máxima onderstreepte hoe belangrijk een warme overdracht is om het vertrouwen vast te houden. Daarbij kan het helpen om naast professionals ook vrijwilligers en ervaringsdeskundigen in te zetten. Tegelijk gaat het niet alleen om extra menskracht, maar ook om een slimmere inrichting van het systeem. Betere gegevensdeling met zorgverzekeraars, woningcorporaties en energie- en drinkwaterbedrijven kan de vroegsignalering versterken. Volgens de koningin is het vergroten van het bereik van de gemeentelijke schuldhulpverlening een van de belangrijkste opgaven. Zij ging hier dieper op in tijdens onderstaand interview met Sprank.
Wat kunnen gemeenten doen om het bereik te vergroten?
“Gemeenten bereiken nog geen 10 procent van de huishoudens met problematische schulden – en dat is nog een genereuze schatting. Mensen schamen zich en zien de situatie als hun eigen schuld. Dit maakt het moeilijk om hulp te accepteren. Gemeenten moeten dus eerst vertrouwen opbouwen en een veilige omgeving creëren waar mensen echt durven te praten over hun geldproblemen”, aldus koningin Máxima.
Vorig jaar zei zij hierover bij de Dag van de Interventies van de VNG: “Wat ook helpt, is samenwerken met organisaties die dicht bij inwoners staan. Lokale maatschappelijke organisaties, buurtinitiatieven en vrijwilligersnetwerken kennen de leefwereld van inwoners en kunnen helpen de drempel te verlagen. Denk aan Schuldhulpmaatjes, Humanitas, Stichting Leergeld, welzijnsorganisaties, buurthuizen en zorginstellingen. Die spreken niet alleen dezelfde taal, maar kennen ook de leefwereld van mensen.” Terugkijkend op het werkbezoek zegt zij: “Geleend vertrouwen, noemen ze dat hier in Rotterdam. Het is niet genoeg om iemand één keer te spreken, mensen moeten letterlijk aan de hand worden genomen en begeleid naar de juiste hulp, met follow-up.”
Waarom is samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven zo belangrijk?
“Het proces van het bereiken en begeleiden van mensen met schulden is te complex om het alleen te doen. Gemeenten hóeven het ook niet alleen te doen. Zorgverzekeraars en energiebedrijven vangen de eerste signalen van betalingsachterstanden op, werkgevers bieden ondersteuning op de werkvloer en banken helpen met schuldaflossing. Met partners zoals zorgverzekeraars moeten gemeenten duidelijke afspraken maken over privacy, bijvoorbeeld in convenanten. Zo weet iedereen welke data wel en niet gedeeld mogen worden. Het gaat erom dat je het leven van inwoners verbetert, zonder dat gevoelige gegevens op straat komen te liggen.”
En de samenwerking met andere gemeenten? “Als gemeenten van elkaar leren wat werkt door ervaringen, pilots en doorbraken te delen, kunnen ze sneller en beter resultaten boeken. Dat voorkomt fouten en zorgt dat succesvolle methoden sneller en op grotere schaal kunnen worden uitgerold. Gezamenlijk kunnen gemeenten ook standaardmethoden en benchmarks ontwikkelen, waardoor effectiviteit en efficiency toenemen.”
SFGN adviseert gemeenten om erkende schuldhulpmethoden in te zetten.
“Wij willen een dam opwerpen tegen versnippering. Steeds opnieuw het wiel uitvinden, is onnodig duur en niet effectief. Sommige interventies werken, andere niet.” In haar VNG-toespraak gaf zij aan dat het gebruik van beproefde methoden maximale impact heeft op het leven van inwoners. “Wat succesvol is in de ene gemeente, is vaak ook succesvol in de andere en kan eenvoudig worden overgenomen. Zodat we kunnen zeggen: gefeliciteerd, u heeft goed gekopieerd.”
Tijdens haar speech bij de lancering van SFGN zei koningin Máxima hierover: “Steeds meer gemeenten omarmen methoden voor schuldhulp die aantoonbaar bijdragen aan het verminderen van problematische schulden en zichzelf terugverdienen. Deloitte heeft bijvoorbeeld de effecten onderzocht van het Jongeren Perspectief Fonds (zie kader, red.). Het blijkt dat na aftrek van de kosten de positieve impact per deelnemer 9.800 euro bedraagt, onder meer vanwege minder gebruik van bijstand en ggz. En door de toegenomen arbeidsparticipatie is de macro-economische impact 22.000 euro per deelnemer.”
Wat kan SFGN betekenen voor gemeenten?
“Zij krijgen toegang tot een breed netwerk van bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dit biedt kansen voor het uitwisselen van succesvolle pilots en bewezen methoden. Omdat SFGN een stichting is met een maatschappelijke missie, kunnen gemeenten laagdrempelig gebruikmaken van kennis, netwerken en samenwerkingsmogelijkheden om hun eigen aanpak van schuldenproblematiek te verbeteren.”
Businesscase
Jasmijn Besorak is directeur van SFGN. Eerder hield zij zich bij verzekeringsmaatschappij Nationale-Nederlanden bezig met armoedebestrijding. “Armoede in Nederland is niet alleen schrijnend, maar vaak ook onnodig. Met een effectievere aanpak kunnen we betalingsmoeilijkheden eerder aanpakken en voorkomen dat kleine schulden uitgroeien tot grote financiële problemen”, zegt zij.
Jaarlijks stellen financieel consultant Deloitte, budgetinstituut Nibud en de universiteiten van Leiden en Tilburg een rapport op om de voortgang te meten. “Drie jaar geleden, toen onze twee voorgangers begonnen, was 30 procent van de Nederlandse huishoudens financieel ongezond en nog eens 30 procent financieel kwetsbaar. De afgelopen jaren ging het de goede kant op, maar nog steeds is 22 procent financieel ongezond en 25 procent kwetsbaar. Door het verloop te volgen, zien we in hoeverre initiatieven bijdragen aan verbetering van de financiële situatie van huishoudens. Al spelen externe factoren zoals inflatie of een energiecrisis natuurlijk ook mee.”
De businesscase van schuldhulp noemt Besorak een ‘no-brainer’. “Het leven van mensen met problematische schulden wordt beheerst door zorgen, stress, gezondheidsproblemen en sociaal isolement. De maatschappelijke kosten hiervan bedragen jaarlijks circa 8,5 miljard euro. Werknemers met financiële stress kunnen zich minder goed concentreren en zijn wekelijks zeven uur minder productief. Nou, reken maar uit.”
Sociaal incasseren
Het schuldenprobleem is te groot om uitsluitend via gemeentelijke schuldhulpverlening op te lossen, aldus Besorak. “Zelfs als gemeenten hun capaciteit aanzienlijk zouden vergroten, kunnen ze nog niet alle inwoners helpen. Daarom kijken wij naar het héle systeem rond schulden en betalingsproblemen, zoals werkgevers, schuldeisers en maatschappelijke organisaties.”
Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het zogenoemd sociaal incasseren. Daarbij proberen schuldeisers betalingsproblemen op een menselijkere manier aan te pakken. SFGN heeft hiervoor een afsprakenkader opgesteld met zeven uitgangspunten, zoals vroegtijdig persoonlijk contact, betalingsregelingen op maat en beperking van incassokosten. “Circa vijftig organisaties hebben dit kader inmiddels ondertekend. Ons doel is om dat aantal te laten groeien naar 150 in 2027. De afspraak is dat de ondertekenaars hun incassobeleid aanpassen, waarbij een onafhankelijke commissie toeziet op de naleving.” Ook de overheid is een schuldeiser van formaat. “Enkele gemeenten hebben het afsprakenkader al ondertekend en we hopen dat dit er snel meer worden. Met de incassodiensten van het Rijk hebben we een apart samenwerkingsprogramma, omdat zij vanwege wet- en regelgeving niet volledig aan het kader kunnen voldoen.”
Verder wil SFGN de vroegsignalering verbeteren. In Nederland worden jaarlijks ongeveer een miljoen signalen van betalingsachterstanden doorgegeven aan gemeenten, maar slechts 7 procent daarvan wordt daadwerkelijk benut. Tijdens het werkbezoek bleek bijvoorbeeld dat de gemeente Rotterdam alleen al 8.000 tot 9.000 signalen per maand ontvangt. “De kwaliteit van de signalen laat te wensen over. Sommige gaan over relatief kleine betalingsproblemen die misschien rechtstreeks met de schuldeiser kunnen worden opgelost, terwijl andere pas binnenkomen als iemand al bijna uit huis wordt gezet. Gemeenten zouden alleen relevante en urgente signalen moeten ontvangen. Dat vraagt om betere analyse en filtering vooraf. De benodigde kennis en technologie zijn beschikbaar, en de private sector kan hierbij helpen. Als supermarkten hun logistieke ketens net zo inefficiënt zouden inrichten als het huidige schuldsignaleringssysteem, dan zouden de schappen snel leegraken.”
Duidelijke doelen
Ook werkgevers spelen een cruciale rol, omdat een groot deel van de mensen met schulden een baan heeft. “Zij kunnen bijvoorbeeld zorgen voor financiële educatie, medewerkers helpen bij hun belastingaangifte, hen informeren over voorzieningen en toeslagen en inzichtelijk maken of het loont om meer uren te maken. Mensen die al in de problemen zitten, kunnen ze budgetcoaching aanbieden of helpen gebruik te maken van sociale fondsen voor giften en renteloze leningen. Uit de praktijk blijkt dat zulke interventies effect hebben: bij sommige werkgevers die bij ons zijn aangesloten, is het aantal loonbeslagen sterk gedaald nadat zij actief beleid gingen voeren.”
SFGN hoopt dat gemeenten doelgerichter gaan werken. “Niet alleen campagnes of projecten opzetten, maar duidelijke doelen stellen en systematisch meten of die worden gehaald. Dit is ook een manier om het bedrijfsleven aangehaakt te krijgen. Uiteindelijk gaat het erom dat het aantal huishoudens met problematische schulden lager wordt.”
Deloitte constateerde onlangs dat in 2024 meer dan 20.000 vrijwilligers samen ruim 56.000 hulpvragers ondersteunden. Zij helpen ook groepen die gemeenten maar moeilijk bereiken. Maakt dit het beperkte bereik van gemeenten minder zorgelijk? “Nee”, zegt Besorak beslist. “Het gaat niet alleen om hoeveel mensen worden bereikt, maar ook om hoeveel mensen zich aanmelden voor hulp, een traject volgen, dat traject succesvol afronden en daarna financieel stabiel blijven. Als die percentages laag zijn, kan dat betekenen dat mensen niet goed worden geholpen of zich niet welkom voelen bij de gemeente. Bovendien kunnen vrijwilligers de gemeentelijke schuldhulp niet volledig vervangen, omdat zij zich vaak richten op kleinere of specifieke schulden. Dit is nou precies waarom goede samenwerking nodig is tussen gemeenten, vrijwilligersorganisaties, werkgevers en bedrijven.”
