Dat zat zo diep. Ik ben opgegroeid in armoede en zonder geld had je niks – zo simpel was het. Geen eten, niks kunnen kopen, er niet bij horen. Dus geld werd het belangrijkste. Het was niet eens een keuze, het was gewoon zo. Bij ons thuis waren er altijd geldproblemen, schulden en stress. Ik heb mijn stiefvader zien dealen, heb gezien hoe je snel geld kon verdienen. Op straat leer je dat ook: stelen, druk zetten en dingen regelen. Dat was niet alleen het geld, maar ook een kick, adrenaline, een gevoel van macht bijna.
Als je opgroeit met niks, dan wordt geld het enige wat telt. Je kijkt niet meer naar andere dingen. Je denkt alleen: ik moet geld hebben. Maar er zijn ook verschillen. Er is geld dat nodig is om te leven, je huur te betalen en eten te kopen. En er is geld dat je wilt om indruk te maken, om status te hebben. In dat laatste blijven veel jongeren hangen en dat is een valkuil.
Voor mij was geld ook een manier om erbij te horen. Als ik geld had, kon ik chillen, dingen doen met mensen, voor anderen zorgen. Ik gebruikte geld om mensen bij me te houden. Dat werkte ook, maar vaak trok het niet de juiste mensen aan. Als je altijd geeft, dan ligt misbruik op de loer. Eerlijk is eerlijk, ik heb ook dingen gedaan voor geld die niet goed waren. Snel geld. Als je in zo’n situatie zit, denk je: dit is de enige uitweg. Ik stond onder bewind, moest toeslagen terugbetalen, leefde van 50 euro per week en had kinderen. Dan voelt het alsof je geen andere keuze hebt.”
Angst
“Toen ik uit de gevangenis kwam, sloeg het juist de andere kant op. Ik werd bang om iets uit te geven. Ik was constant aan het rekenen. Als ik deze 5 euro uitgeef, wat gebeurt er dan morgen? Je gaat allemaal scenario’s bedenken en vergeet te leven. Dan draait alles weer om geld, maar op een andere manier. Inmiddels is geld niet meer het middelpunt van mijn leven. Ik zie mezelf ook niet meer 800 euro uitgeven aan een tas. Misschien als ik ooit nog eens miljonair word, maar nu niet. Ik heb geleerd dat ik dat niet nodig heb om iemand te zijn.
Mijn kinderen leer ik dat je moet werken voor je geld. Hoe meer je erachteraan jaagt, hoe verder het zich van je verwijdert. Dat klinkt misschien gek, maar zo voelt het voor mij. Als je rustig leeft en gewoon je ding doet, dan komen de kansen naar je toe. Voor mij is geld nu geen macht of status meer. Het is een middel. Om te leven, voor mijn kinderen te zorgen en rust te hebben. Die rust is het belangrijkste. Niet het geld zelf, maar wat het me geeft: stabiliteit. Iets wat ik vroeger nooit heb gehad.”
* Niet haar echte naam.
Uğur Pekdemir, directeur van de Rabobank Alkmaar “Ik kan je een economische definitie geven – geld als ruil- en waardemiddel –, maar uiteindelijk gaat het veel verder dan dat. Geld maakt dingen mogelijk of juist onmogelijk. Het heeft ook een immateriële kant. Historisch hebben we er met elkaar waarde aan toegekend, en die waarde is enorm. Je kunt eigenlijk pas over geld filosoferen als je er genoeg van hebt om gewoon te leven. Als je geen brood kunt kopen, dan is geld ineens verdomd belangrijk. Voor een bankier is geld onlosmakelijk verbonden met vertrouwen. Als we niet meer geloven in een bank, dan stort alles in. Dat hebben we gezien tijdens de bankencrisis. Het hele systeem werkt bij de gratie van vertrouwen.
Geld is ook macht. Absoluut. Maar de vraag is: hoe zet je die macht in? Geld kun je misbruiken, maar ook inzetten voor iets goeds. De Rabobank is een commerciële bank, maar zonder aandeelhouders; wij zijn een coöperatie. Dat betekent dat een deel van de winst teruggaat naar de maatschappij. Voor mij krijgt geld dan extra betekenis. Dan gaat het niet alleen om verdienen, maar om iets mogelijk maken voor anderen. Denk aan steun voor voedselbanken, kleine maatschappelijke initiatieven en jongeren met plannen die wat startgeld nodig hebben. Dat vind ik misschien wel de mooiste kant van geld: dat je er impact mee kunt maken.”
Status
“In onze samenleving hangt geld steeds meer samen met status. Alsof je pas meetelt met een bepaald inkomen, huis of auto. Hoe je aan dat geld komt, lijkt soms bijzaak. Door sociale media en influencers is dat frame alleen maar sterker geworden. Mensen voelen druk om groter, mooier en duurder te leven. Je moet stevig in je schoenen staan om niet mee te doen aan die vluchtige, kapitalistische jacht. Deze ratrace heeft grote gevolgen: het is toch te gek dat in een welvarend land als Nederland zoveel mensen buiten de boot vallen en de ongelijkheid groeit?
De kunst is om het tij te keren. Daarin hebben wij als bank ook een verantwoordelijkheid. Financiële gezondheid is voor ons een belangrijk thema. 29 procent van de Nederlanders heeft niet genoeg spaargeld om twee maanden zonder inkomen rond te komen. Het begint bij educatie. Daarom hebben we samen met andere banken het lesprogramma ‘Bank voor de Klas’ ontwikkeld.
Zelf ben ik het product van de eerste generatie gastarbeiders. We hadden het thuis niet breed en ik heb altijd gewerkt tijdens mijn studie. Ik ben niet gericht op luxe. Zo heb ik weleens gehoord dat ik in een ‘betere auto’ zou moeten rijden. Maar waarom? Als ik van A naar B kom en droog blijf, is het prima. Mijn stille hoop is dat de immateriële waarde van geld behouden blijft. Dat het verbonden blijft met vertrouwen, verantwoordelijkheid en solidariteit. Want geld zegt veel over onze samenleving: laten we mensen vallen die niet kunnen meekomen of kijken we naar elkaar om?”
Sandra Jetten, directeur van het Oranje Fonds “Mijn ouders hebben mijn kijk op geld gevormd. Thuis hadden we het goed: er was altijd eten, een warm huis en we gingen op vakantie in eigen land. Geen overvloed, maar mijn vader was wel ontzettend royaal. Op feestjes gaf hij een rondje en als mensen iets nodig hadden, dan gaf hij het gewoon. Dat heb ik echt meegekregen: geven is iets goeds. Vaak voel je je rijker door te geven dan door vast te houden.
Ik studeerde natuurkunde, deed daarna een MBA en ging het bedrijfsleven in, onder andere bij McKinsey in Londen. Interessant werk, maar het doel, rijke mensen rijker maken, vond ik niet inspirerend genoeg. Na vijf jaar stapte ik dus over naar de goede doelen. Van huis uit heb ik ook meegekregen dat het leven draait om beleven, niet om hebben. Misschien komt daar mijn reislust vandaan. Ik woonde in Londen, in de buurt van Parijs en in Johannesburg, ik reisde veel door Oost-Afrika. Daar werkte ik met kleine boeren om hun bedrijven winstgevender te maken. Ik zag armoede, maar ook veel vreugde. En vooral ook een sterke gemeenschapszin. Dat miste ik later in Nederland. Ik heb daar veel geleerd over de waarde van betekenisvolle relaties.
Toen ik terugkwam in Nederland, was ik alleenstaande moeder met een paar duizend euro op de bank. Geen huis, bijna geen inboedel. Maar wel een schat aan herinneringen. Voor mij zijn die meer waard dan luxe. Tegelijk ben ik niet naïef: als je echt geldzorgen hebt, dan beheerst dat je leven. Gelukkig heb ik dat zelf nooit meegemaakt.”
“Als directeur van het Oranjefonds vind ik het bijzonder dat we geld mogen weggeven om goede dingen mogelijk te maken. Dat brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Je kunt geld maar één keer uitgeven, dus je moet steeds afwegen: waar maken we het meeste verschil? Het is mooi dat geld hier altijd samengaat met sociale initiatieven, met mensen die zich inzetten voor een ander. In Nederland doen meer dan een miljoen mensen vrijwilligerswerk. Daarmee zijn we koploper in Europa. We zien dat de behoefte aan verbinding groeit. Mensen willen elkaar ontmoeten. Activiteiten zoals de Burendag laten dat goed zien. Het aantal initiatieven is de afgelopen jaren flink gestegen.
In de samenleving zit veel energie en kracht. Maar organisaties hebben wel geld nodig om te blijven draaien. Het probleem is vaak niet dat er te weinig geld is, maar dat het te ingewikkeld is om eraan te komen. Initiatieven passen niet in één hokje, terwijl subsidies dat vaak wel doen. Dan moet zo’n organisatie meerdere kleine subsidies aanvragen en alles apart verantwoorden. Dat kost heel veel tijd en energie. Daarom pleiten wij voor slimme, passende financiering: eenvoudiger, toegankelijker en met minder regels. Net zo belangrijk: betrek de organisaties bij het maken van beleid over zorg en welzijn. Niet alleen plannen bedenken in Den Haag of op het gemeentehuis, maar luisteren naar mensen uit de praktijk. Zij weten wat werkt. Uiteindelijk gaat het voor mij niet om het getal op je bankrekening. Geld is een middel, de echte rijkdom zit in wat je ermee mogelijk maakt.”
