1. Hoe zorgen gemeenten voor veilig en verantwoord AI-gebruik?
Begin met duidelijk beleid, zegt Freek Vos, AI-deskundige bij het A&O fonds gemeenten. Zonder kaders gaan medewerkers zelf experimenteren. Ze uploaden bijvoorbeeld gevoelige stukken naar een gratis AI-account of laten ChatGPT officiële brieven schrijven. “Zo raakt een organisatie de grip op AI-gebruik kwijt.” Gemeenten moeten goed afbakenen welk bronmateriaal een AI-tool mag gebruiken en ervoor zorgen dat gegevens de gecontroleerde omgeving niet kunnen verlaten.
Vos noemt MAI (Montferlandse AI), de chatbot van de gemeente Montferland, als voorbeeld. Deze chatbot haalt informatie alleen van de gemeentelijke website, vermeldt zijn bronnen en maakt duidelijk dat hij een chatbot is. Bovendien moedigt MAI gebruikers aan om de informatie zelf te controleren op een specifieke pagina.
2. Welke maatschappelijke waarden staan door AI onder druk?
Sander Potters, beleidsadviseur economie en innovatie bij de gemeente Tilburg, maakt zich vooral zorgen over de afhankelijkheid van Amerikaanse big tech. “Zonder duidelijke spelregels – waar de EU gelukkig wel voorloper in is – ontstaat het doemscenario waarin we wereldwijd de belangen van Amerikaanse AI-bedrijven dienen in plaats van andersom, met alle maatschappelijke gevolgen van dien.”
Investeren in kleinere, ethisch verantwoorde Europese bedrijven vindt hij dan ook essentieel. Een voorbeeld daarvan is de Tilburgse GovTech-startup UTF.ai. Die ontwikkelde samen met de gemeente Tilburg en de provincie Zuid-Holland Schrijfkader, een toepassing binnen Word die beleidsteksten toetst aan interne schrijfregels.
De samenwerking ontstond vanuit een ergernis op het werk. Het overgrote deel van Potters’ werk bestaat uit onderzoek en overleg. Op basis daarvan schrijft hij een beleidstekst, waarbij hij zich moet houden aan strenge schrijfregels. “Maar tekstschrijven is nou net het onderdeel dat ik niet superleuk vind.” Hetzelfde geldt voor zijn collega’s. “We willen ons op de inhoud richten, niet op de vorm.” Na een pilot in 2025 heeft Schrijfkader in Tilburg inmiddels tweehonderd gebruikers, verdeeld over zes afdelingen.
3. Welke taken mag AI níet overnemen en welke juist wel?
Vos legt uit dat AI antwoorden genereert door statistisch waarschijnlijke tekstpatronen te voorspellen. “Een AI-bot snapt niet wat jij vraagt en ook niet wat hij terugzegt, hoe overtuigend het ook klinkt. De term kunstmatige intelligentie is dus misleidend.” Naarmate gemeentelijke casussen complexer worden, groeit het risico dat AI de relevante omstandigheden niet goed verwerkt. “Een empathisch, deskundig mens moet AI daarom altijd controleren en zelf de besluiten nemen.”
AI mag volgens de AVG en de Europese AI Act niet zelfstandig beslissen over bijvoorbeeld het toekennen van een uitkering, maar het kan de gemeentelijke professionals daarbij wel ondersteunen. Zo kan AI checken of een dossier compleet is en conceptbrieven schrijven. De gemeenteambtenaar blijft wettelijk, praktisch en moreel degene die de besluiten neemt en de handtekening zet.
AI inzetten voor het signaleren van fraude kan ook, maar Vos trekt daar een grens. “De toeslagenaffaire heeft ons geleerd dat je daar extreem terughoudend in moet zijn. Het is niet de vraag óf AI bevooroordeeld raakt, maar hoe snel.” De AI-deskundige zou graag zien dat AI pas fraude opspoort als daar buiten algoritmen om aanleiding toe is. “Oftewel: gebruik AI als hulpmiddel, niet als speurhond.”
Ook bij Schrijfkader blijft de mens aan zet. “Aanvankelijk wilde ik dat AI vrijwel alles voor mij zou schrijven”, vertelt Potters. “Maar de afdeling Bestuurszaken zei toen: we maken de bewuste, ethische keuze dat deze AI niet genereert, maar cóntroleert.” Via track changes zien medewerkers bijvoorbeeld hoe ze een passieve zin actief kunnen maken. Vervolgens besluiten ze zelf of ze de suggestie accepteren of negeren.
4. Welke expertise vraagt AI-gebruik – en kan iedereen daarin mee?
“Inhoudelijke vakkennis blijft onmisbaar om AI te kunnen controleren”, zegt Vos. “Daarnaast moeten medewerkers goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden en vooral beperkingen van AI. Zo’n kleine veertig jaar geleden werd de computer gemeengoed op de werkvloer. Ook toen was de vraag of iedere administratief medewerker wel zou kunnen meekomen, maar inmiddels werkt vrijwel iedereen met e-mail, tekstverwerking en spreadsheets.”
5. Wat is de invloed van AI op het dagelijks werk?
AI-assistenten leveren gemeenteambtenaren volgens Vos niet per definitie geweldige tijdwinst op. Bij eerdere automatiseringsgolven verwachtte men die ook, maar we zijn niet minder gaan werken door de komst van de computer. “Er vallen werkzaamheden weg, maar daar komen vaak complexere taken voor in de plaats. Je kunt eenvoudige burgerzakenvragen laten afhandelen door een chatbot of telefonische AI. Maar als de medewerker Burgerzaken daardoor van negen tot vijf uitsluitend ingewikkelde casussen krijgt, moet je bijvoorbeeld frequentere, verplichte rustpauzes inlassen.” Potters voegt daar een positieve noot aan toe. “Ik denk dat mensen onderschatten hoeveel werkgeluk het oplevert wanneer kleine frustraties, zoals saaie taalregels, verdwijnen dankzij AI.”
'Aanvankelijk wilde ik dat het model vrijwel alles voor mij zou schrijven'
6. Welke fouten maken gemeenten bij de introductie van AI?
Een experiment beginnen lukt vaak nog wel, observeert Potters. De echte uitdaging begint pas daarna. “AI-toepassingen kunnen personeelstekorten en hoge werkdruk verlichten, maar de overheid ziet niet altijd de return on investment. Dat is het probleem. Zelfs als je alles doorrekent, is het best moeilijk mensen ervan te overtuigen dat je structureel in AI-tools moet investeren. Iemand hoog in de boom moet met de vuist op tafel slaan en zeggen: we hebben AI-tools nodig om onze arbeidsproductiviteit op peil te houden, evenredig aan de groeiende maatschappelijke vraag.”
Sommige Tilburgse collega’s hebben Schrijfkader inmiddels volledig in hun werk geïntegreerd, terwijl anderen de tool niet of nauwelijks gebruiken. Ook daar ligt een uitdaging. “Onze focus ligt nu op opschaling en implementatie.” Vos adviseert gemeenten om AI niet uitsluitend aan IT, HR of individuele leidinggevenden over te laten. “Zorg voor centrale regie, bied medewerkers een AI-basiscursus en test nieuwe toepassingen gecontroleerd voordat ze breed worden uitgerold.”
7. Zijn gemeentelijke data kwalitatief goed genoeg voor AI-gebruik?
Hier valt nog veel te winnen, merkt Potters op. “Medewerkers slaan data verspreid op over vele systemen die niet, of niet optimaal met elkaar communiceren.” Dat wordt een probleem wanneer AI interne informatie moet analyseren. Het risico is dan dat de AI-toepassing verouderde documenten gebruikt, essentiële informatie mist of bestanden verkeerd interpreteert.
Vos vergelijkt gemeentelijke data met een overvolle berging: zolang je die niet opruimt, weet je nauwelijks wat erin zit. “Voor verantwoord AI-gebruik moeten medewerkers bestanden logisch opslaan, versies duidelijk nummeren en data goed beveiligen.” Potters: “De kwaliteit van AI neemt vanzelf toe. De kwaliteit van dataopslag (nog) niet – en die wordt veel belangrijker.”
8. Maakt AI maatschappelijke dienstverlening (on)menselijker?
Dat hebben gemeenten zelf in de hand, aldus Vos. Zeker in het sociaal domein moet een inwoner altijd contact met een mens kunnen krijgen. “Denk aan de chatbot die bij complexe kwesties vraagt: ‘Zal ik u doorverbinden met een medewerker?’” AI hoeft persoonlijk contact dus niet te vervangen. Goed ingezet neemt de technologie juist routinetaken over. “Neem de AI-samenvatting van een gespreksopname. Die levert tijdswinst op, ook al moet de professional het resultaat controleren. Maar: krijgen medewerkers daardoor extra tijd voor persoonlijk contact en maatwerk? Of krijgen ze meer casussen? Die keuze ligt bij de gemeenten.”
9. Stel, een gemeente wil nú met AI beginnen. Wat zijn de do’s en don’ts?
Maak het vooral niet groter dan nodig, adviseert Potters. “Pak één of twee concrete problemen op je afdeling. Stel jezelf de vraag: hoe kan AI hierbij helpen? En ga daar dan gewoon mee aan de slag. Blijf dus niet hangen in grote verhalen over AI, maar ga gewoon een beetje aankloten en kijk of het iets is.” Vos voegt daar een belangrijk advies aan toe: vergeet de inwoners niet. “AI-basisvaardigheden worden steeds belangrijker. Gemeenten kunnen inwoners via bibliotheken leren met AI om te gaan, zoals ze dat ook doen met digitale vaardigheden.”
Tot slot: betekent de opmars van AI dat gemeentelijke organisaties er straks radicaal anders uitzien? Potters verwacht qua organisatiestructuur weinig verandering. “Een AI-toepassing als Schrijfkader is gewoon een nieuw digitaal hulpmiddel. Een mooie volgende stap, zoals we ooit van lokale servers naar de cloud zijn overgegaan.”
AI Desk: juridische AI in een gecontroleerde omgeving
Wanneer heeft een inwoner recht op een maatwerkvoorziening van de Wmo? Welke termijnen gelden er voor het opstellen voor een plan van aanpak bij inburgering? Op deze en andere juridische vragen geeft AI Desk van kennis- en softwarelabel Schulinck (Wolters Kluwer) antwoord.
AI-Desk is een AI-tool binnen de juridische kennisbank van Schulinck. “Wie AI Desk een vraag stelt, krijgt een betrouwbaar, actueel en juridisch onderbouwd antwoord”, zegt Schulinck-directeur Rogier Rijkers.
De tool zoekt uitsluitend binnen de juridische kennisbank van Schulinck. AI Desk werkt dus niet met open internet; gebruikers zitten in een gecontroleerde omgeving. Vijfendertig juristen beheren en verbeteren de kennisbank dagelijks. Nieuwe wetgeving of jurisprudentie verwerkt de vakredactie binnen twee werkdagen. Rijkers: “AI Desk geeft uitsluitend advies en beslist zelf niets. Het oordeel blijft bij de gemeentelijke professional. AI Desk is dus echt ondersteunend gereedschap en dat moet ook zo blijven.”
Schulinck voldoet volgens Rijkers aan de strengste normen op het gebied van privacywetgeving en datagebruik. “We werken momenteel aan ISO-certificering en voldoen aan de Europese AI Act.” De tool werkt niet met persoonsgegevens. Een medewerker die per ongeluk persoonsgegevens invoert, krijgt een melding. AI Desk gooit de gegevens vervolgens weg.
Gebruikersinformatie slaat AI Desk niet op als trainingsdata, want onduidelijke of onjuiste informatie kan de database negatief beïnvloeden. Wel monitort Schulinck gecontroleerd welke vragen vaak terugkomen om zo de kwaliteit van de antwoorden te verbeteren.
Reacties (0)