“Meer regie, meer maatwerk en meer vertrouwen."

Dat is wat de gemeente Nijmegen voor ogen had toen zij in 2015 moties aannam van de raadsfracties van GroenLinks en de SP om te gaan experimenteren met de bijstand. De Participatiewet was net ingevoerd en werd ervaren als te streng en te weinig gebaseerd op ‘eigen kracht’. Van de expliciete mogelijkheid om op grond van het Tijdelijk Besluit Experimenten Participatiewet (een Algemene Maatregel van Bestuur; AmvB) voor bepaalde tijd en op onderdelen van de wetgeving af te wijken, werd dan ook graag gebruikgemaakt.

100 euro

Nijmegen beraadde zich op een experiment met extra inkomsten naast de bijstand. De vraag was of soepelere regels zorgen voor een snellere doorstroom naar werk en een verbetering van de mentale en fysieke gesteldheid van de deelnemers. De AmvB bood kans dat te onderzoeken, maar legde ook beperkingen op, wat aanvankelijk tot twijfel leidde. Zo moest het hele project, van voorbereiding tot afronding, binnen drie jaar worden uitgevoerd en mochten deelnemers per maand niet meer dan 100 euro extra overhouden. Zou dat bedrag niet te laag zijn om een verschil te kunnen meten tussen de groepen die wél en niet naast hun uitkering aan het werk gingen?

“We besloten de bijstandsgerechtigden zelf te vragen wat zij van het voorgestelde experiment vonden. Toen de teneur positief bleek, hebben we gezegd: we gaan het doen”, vertelt beleidsadviseur János Betkó. Nijmegen diende een plan van aanpak in bij het Rijk en kreeg, net als Utrecht, Tilburg, Groningen, Wageningen en Deventer, toestemming voor de start van een meerjarig experiment.

Impact

Na een oproep aan alle Nijmeegse bijstandsgerechtigden om aan het experiment deel te nemen, konden er zo’n driehonderd worden geselecteerd. Zij werden over drie groepen verdeeld. Groep 1 mocht extra bijverdienen en kreeg alleen begeleiding als deelnemers daar zelf om vroegen. Groep 2 mocht extra verdienen en werd daarbij intensief begeleid met coaching. Een derde groep was controlegroep.

Toen na twee jaar de balans werd opgemaakt, vielen de resultaten op het eerste gezicht wat tegen. Er bleek geen significant verschil tussen de groepen in de uitstroom naar werk. Betkó: “Maar we wilden de impact van veranderingen in de bijstand niet alleen meten in termen van werk en inkomen, maar ook op onderdelen als welzijn en maatschappelijke participatie. En daarop zijn wel degelijk positieve resultaten geboekt. Heel wat deelnemers zijn vrijwilligerswerk gaan doen, hebben nu meer vertrouwen in de overheid en voelen zich mede daardoor beter – belangrijke tussenstappen op weg naar werk.”

Partijen meenemen

Een van de belangrijkste tips van Betkó aan gemeenten die ook willen experimenteren, is om zo vroeg mogelijk alle partijen mee te nemen in de plannen. “Intern moet je dan denken aan juridische zaken, communicatie en de uitvoerende diensten. Extern zijn dat bijvoorbeeld de onderzoekers van de universiteit.” Carin Faassen, teammanager bij WerkBedrijf Rijk van Nijmegen, uitvoerder van de Participatiewet in de regio, beaamt dat. “We waren enthousiast, maar hadden ook vragen. Past het project bij onze huidige dienstverlening? Hoe geven we het programma vorm? Hoe borgen we het in de organisatie? Welke verantwoording wordt er verwacht?

We zijn vanaf het begin door de gemeente betrokken om hierover goede afspraken te maken. Dat was prettig.”
“Voor sommige deelnemers was het even wennen”, vertelt Riske Heijnen, een van de begeleidende consulenten. “Mensen konden niet zelf hun onderzoeksgroep kiezen. Een aantal hoopte op bijverdienen zónder intensieve begeleiding, maar werd ingedeeld in een groep mét. Hier en daar stuitten we aanvankelijk dus op wat weerstand. Maar door alles nog eens goed uit te leggen, groeide gaandeweg toch hun enthousiasme en zagen zij in dat deelname in hun eigen belang was.”

Goede basis

Waar de tussenstappen die een deel van de bijstandsgerechtigden geboekt hebben nog toe leiden, is een vraag die niet in de tijdspanne van het experiment past. Betkó geeft aan dat twee jaar voor een onderzoek naar gedragseffecten kort is. “Trek er, als het even kan, wat meer tijd voor uit.” Faassen voegt toe dat de investering groot is voor een relatief kleine groep mensen – met name in de rapportages en verantwoordingen is veel tijd gaan zitten. “Maar het resultaat daarvan is wel dat de deelnemers zich gehoord en gewaardeerd voelen, dat iedereen stappen heeft kunnen zetten en wij nu inzicht hebben in welke doelgroep gebaat is bij deze aanpak.”

Nu de tijdelijke AmvB-regeling is afgelopen, is extra bijverdienen niet meer toegestaan. “Maar het experiment is een goede basis voor een vervolg. En we kijken of we er elementen uit kunnen opnemen in onze reguliere dienstverlening.” Een interessante volgende stap is te onderzoeken hoe aangepaste begeleiding op maat voor een specifieke subgroep uitpakt, aldus de eindrapportage van het Nijmeegse experiment. Ook het uitvoeren van hetzelfde experiment in meerdere gemeenten, waardoor de onderzoekspopulatie sterk toeneemt, heeft wetenschappelijk gezien meerwaarde.

Zelf aan de slag

Dan nog kort de kosten. De gemeente Nijmegen investeerde 750.000 euro, een EU-subsidie bedroeg een kleine twee ton en het ministerie legde 15.000 euro bij. “Maar het kán goedkoper”, verzekert Betkó. “Wij hebben bijvoorbeeld vier keer een gespecialiseerd bureau ingehuurd voor het afnemen van interviews bij alle deelnemers. Dat kan je achterwege laten door je te beperken tot de statistische data die al in je systeem worden bijgehouden.”

Betkó hoopt dat ook andere gemeenten de handschoen oppakken. “Er zijn inmiddels genoeg lessen van ons en andere lokale experimenten te leren. En de uitkomsten laten zien dat een repressieve aanpak niet per se beter is. Dit kunnen we gebruiken om de Participatiewet te verbeteren.”

Dit is deel 1 van een drieluik over experimenteren in de bijstand. In het volgende artikel komen gemeenten aan bod die het heft in eigen hand namen (buiten de AmvB om). In deel 3 staan de resultaten van de experimenten centraal.

Dit artikel is tot stand gekomen op initiatief van Divosa.