Mark Sanders herinnert zich het gesprek nog goed dat hij jaren geleden had met een werknemer van de sociale dienst van de gemeente Utrecht. “Zij vertelde dat ze veel tijd kwijt was aan het controleren van mensen in de bijstand en dat het wat haar betreft nog wel strenger mocht, want er werd veel van de regels afgeweken. Toen ik haar daarop vroeg: ‘Zou het niet een oplossing zijn om minder regels te hebben? Dan zijn er ook minder overtredingen’, leek dat haar een goed idee. Het zou haar werk ook prettiger maken.”

Zo kwam Sanders, econoom aan de Universiteit Utrecht, op het idee om een onderzoek op te zetten naar een regelluwe bijstand. Door dit onderzoek uit te voeren binnen de kaders van een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) bij de Participatiewet, kon de gemeente haar deelnemende inwoners bovendien extra laten bijverdienen naast hun uitkering. Meerdere gemeenten voerden in deze periode een discussie over het basisinkomen; naast Utrecht besloten ook Nijmegen, Groningen, Wageningen, Tilburg en Deventer te experimenteren met de bijstand. De tijd was daar om de hypothese te toetsen dat minder regels en bureaucratie professionals meer handelingsvrijheid bieden en voor inwoners leiden tot een betere uitstroom naar werk (gelet op variabelen als loon, aantal uren en type contract).

Eigen kunnen

Het onderzoek in Utrecht ging van start in juni 2018. Bijstandsgerechtigden konden zich vrijwillig opgeven om mee te doen. De gemeente en de universiteit verdeelden uiteindelijk 752 inwoners willekeurig over vier groepen. Drie daarvan kregen óf vrijstelling van verplichtingen óf extra intensieve begeleiding óf de kans om 202 euro per maand extra bij te verdienen. De vierde groep diende als controlegroep en ontving de reguliere dienstverlening.

De eindresultaten na anderhalf jaar experimenteren waren positief. De inwoners die meer hulp kregen, stroomden vaker uit naar werk. De bijstandsgerechtigden met vrijstelling kregen vaker een vast contract dan de controlegroep. En degenen die mochten bijverdienen, verwierven meer (deeltijd)banen. Deelnemers in de groepen met meer hulp en vrijstelling rapporteerden bovendien meer vertrouwen in hun eigen kunnen bij het vinden van werk dan inwoners in de controlegroep.

De onderzoeksresultaten van alle gemeenten samen lieten een grilliger beeld zien (zie ook deel 1 en 2 van dit drieluik op sprankmagazine.nl) en in alle onderzoeken was de statistische significantie van de resultaten doorgaans gering. Maar ook dat is een belangrijke conclusie, legt Sanders uit. “Het betekent dat de huidige, strenge aanpak met veel verplichtingen voor bijstandsgerechtigden niet tot aantoonbaar betere resultaten leidt dan een benadering die is gebaseerd op aandacht en zelfredzaamheid.”

Zakcentje bijverdienen

Ook Amsterdam experimenteerde met de bijstand. Na positieve resultaten kunnen inwoners vanaf 1 maart 2021 een deel van hun inkomsten uit deeltijdwerk houden. De regeling loopt tot 31 december 2022 met mogelijkheid tot verlenging. In Wageningen kunnen bijstandsgerechtigden al sinds 1 oktober 2020 rekenen op eenzelfde bijstandspremie voor deeltijdwerk en in Rotterdam gaat op 1 april een soortgelijke ‘werkbonus’ van start.

Meerwaarde

Roger van Loon, projectleider van het onderzoek in Utrecht, had de positieve resultaten in zijn gemeente enigszins verwacht. “Maar het is heel bijzonder dat we konden experimenteren met bestaande wetgeving en dat we wetenschappelijk hebben kunnen staven dat aandacht en handelingsvrijheid het verschil maken voor inwoners. Die resultaten kunnen wij nu gebruiken om te zeggen: hier willen we echt mee verder.”

Het experiment leidde ook tot nieuwe inzichten in de uitvoering, zegt teamleider Werk & Inkomen van de gemeente Utrecht Moniek van Eekeren. “Ik heb collega’s hierdoor echt zien groeien in hun werk de afgelopen jaren. Door inwoners intensiever te begeleiden of ze juist wat vrijer te laten, leerden consulenten op een andere manier naar hun werk te kijken.”

Zo merkten haar collega’s dat zij als doorgewinterde professionals soms voorbijgingen aan de belemmeringen die inwoners ervaarden in hun zoektocht naar werk. “Wij zijn gewend om met grote caseloads te werken. Daarbij zien we vaak mensen met hoge schulden, waardoor we een schuld van 1.000 euro niet snel als een groot probleem beschouwen. Maar dat kan het voor iemand natuurlijk wel zijn. Een schuld van 100 euro kan al problematisch zijn – daar moet je niet aan voorbijgaan.”

Accent verleggen

Het accent verschoof van ‘productie’ naar een methodische manier van werken, waarvan de effecten goed werden gemonitord om ervan te kunnen leren. “Voor het slagen van het onderzoek was het noodzaak dat klantmanagers heel precies de regels van het experiment volgden”, zegt Van Eekeren. “Het vroeg wel wat aandacht om iedereen in de organisatie door die wetenschappelijke bril te laten kijken, maar daarin zijn we goed begeleid door de universiteit, bijvoorbeeld door in leerateliers onze casuïstiek te bespreken.”

Sanders, die een coördinerende rol had in de opzet van de experimenten in alle zes de gemeenten, voegt daaraan toe: “Ik heb van veel professionals gehoord dat zij dingen hebben geleerd waaraan ze vooraf niet hadden gedacht. Over het uitvoeren van zo’n experiment, over de manier waarop zij hun werk doen – en dat dit soms ook anders kan – en over hun eigen kunnen, namelijk dat ze zo’n experiment in hun organisatie kunnen uitvoeren en daarvan leren. Dat is allemaal winst.”

Radertjes

Het is na al die geleerde lessen zaak om te voorkomen dat de onderzoeksresultaten niet in een la verdwijnen, zegt Van Loon. In Utrecht worden ze daarom zoveel mogelijk in de praktijk gebracht. “Er zijn veel interessante aanknopingspunten die we verder vorm gaan geven in beleid en uitvoering. Bij een heleboel medewerkers gingen de radertjes al draaien tijdens het experiment en dat werkt nog door. We kunnen het bestaande beleid natuurlijk niet volledig op de schop nemen, maar we zien veel mogelijkheden. In het onderzoek werkten we bijvoorbeeld met één vast aanspreekpunt voor iedere bijstandsgerechtigde. Daardoor konden we meer aandacht en meer maatwerk bieden. Daarmee waren we al bezig, dus dit geeft ons steun in de rug.”

Onderzoek zorgt voor reflectie op de praktijk en is een goede manier om nog meer vragen beantwoord te krijgen. Juist aan het einde van de onderzoeksperiode waren bijvoorbeeld de sterkste resultaten te zien. “Hadden we nog meer uitstroom gezien als het onderzoek langer had geduurd? Dat is nog een heel interessante vraag om in te duiken.”

Sanders ziet mede hierom graag structureel meer van dit type onderzoeken in het sociaal domein. “Als wetenschapper wil je zo’n bijstandsexperiment het liefst reproduceren met zo groot mogelijke groepen om de resultaten steviger te onderbouwen. Plus: we hadden verwacht dat we meer positieve resultaten zouden zien in het welbevinden van inwoners. Dat kwam niet duidelijk naar voren. Maar misschien zie je die effecten pas terug op de wat langere termijn. Dat zou ik graag onderzoeken.”

Van de gebaande paden

Gemeenten die willen gaan experimenteren, moeten nadenken over de vraag wat ze willen weten en wat mogelijk is binnen de grenzen van wet. Experimenteren hoeft namelijk niet per se binnen een AmvB, aldus Sanders. “Er kan best veel zonder.” Omdat Nederland een land is van regels, wetten en plichten kan het wat lastig zijn om van de gebaande paden af te wijken, geeft hij toe. “Maar als gemeente kan je altijd in gesprek gaan met het ministerie. En zorg dan ook voor een wetenschappelijke partner. Er is nu veel aandacht voor de wetten, regels en rechten in de bijstand, dus een goed moment om partners te vragen om mee te denken.”

Meer lezen?

Dit artikel is tot stand gekomen op initiatief van Divosa.

Dit is het laatste deel van een drieluik over experimenteren in de bijstand. In deel 1 stond de vraag centraal: hoe pak je het aan? In deel 2 stond het effect op de organisatie centraal.