Of we in Nederland nog in een verzorgingsstaat leven? “Allang niet meer”, zegt Aafke Romeijn,

zonder te hoeven nadenken. Het is donderdagochtend. Vanmiddag gaat ze aan de slag in haar studioruimte in de Utrechtse Transwijk, een oude arbeidersbuurt in opkomst. Nu eerst een goed gesprek over omkijken naar elkaar, wachtlijsten in de ggz, hatemail en wie weet een politieke carrière.

Zichtbare verhalen

Romeijn groeide in de jaren negentig op in de buurt van Nijmegen, in een gezin van klassieke musici. Ze studeerde harp, compositie en piano aan het conservatorium. Al op jonge leeftijd werd ze gegrepen door grote maatschappelijke thema’s als uitsluiting, racisme en emancipatie. Nog steeds put ze het liefst inspiratie uit onderwerpen die breed in de samenleving spelen. “Ik ga uit van mijn eigen ervaringen en kijk vervolgens om me heen: leeft dit ook in een bredere maatschappelijke context? Hoe gaan anderen hiermee om? Vaak kom ik uit bij thema’s die te maken hebben met sociale cohesie of gemeenschapszin. Die grote onderwerpen probeer ik in mijn werk behapbaar te maken, tot een verhaal te maken waarin mensen zich makkelijker kunnen verplaatsen dan in een abstract concept. Neem nou de toeslagenaffaire. Zodra je het verhaal van een betrokkene hoort, voel je pas werkelijk hoe erg het is. Dat is wat kunst en cultuur kunnen doen: die verhalen zichtbaar maken voor veel mensen. En ook voor het creëren van gemeenschapszin heb je verhalen nodig – om in beweging te komen, om jezelf te veranderen of je omgeving te veranderen.”

In april 2018 kwam haar debuutroman ‘Concept M’ uit, vorig jaar verscheen haar eerste dichtbundel, ‘Leegstand’. Ook bracht ze vijf muziekalbums uit, waarvan ‘Godzilla’ de laatste is. “Daarop komt mijn persoonlijke ervaring met depressie terug.” In het nummer ‘Zelf’ zingt ze over het effect van haar ziekte op de relatie met haar man, die tijdens slechtere periodes als mantelzorger optreedt. “Mijn ervaring is dat er vrij weinig aandacht is voor mantelzorgers. Dat is echt een ondergeschoven kindje. Mijn zusje moet de zorg op zich nemen voor haar chronische zieke dochter en verliest daarmee haar inkomen. Er blijken dan erg weinig mogelijkheden om een oplossing te zoeken met een werkgever of andere instanties. Dat je voor elkaar zorgt, vind ik een mooi gegeven, iets waardevols. Alleen wordt het door de regering al tien jaar ingezet als middel om op de zorg te besparen en de kosten af te wentelen op burgers. Zo verandert iets dat in potentie heel waardevol is in iets heel zwaars.”

Aafke Romeijn

(Overasselt, 1986) is een Nederlandse muzikant, schrijfster en journaliste. Ze studeerde compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en Nederlandse taal en letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Ze schreef opiniestukken voor onder andere de Volkskrant, Trouw en Vrij Nederland. In 2018 kwam haar debuutroman ‘Concept M’ uit. In 2012 bracht ze haar solodebuutalbum uit, getiteld ‘Stella Must Die!’ Haar vijfde album ‘Godzilla’ verscheen dit jaar.

‘Je kunt je alleen druk maken om anderen als je je niet altijd druk hoeft te maken om jezelf’

Gebrek aan vangnet

Vroeger had ze nog het idee dat de overheid het als haar kerntaak zag om voor mensen te zorgen, zegt ze. “Maar de manier waarop ik jarenlang van wachtlijst naar wachtlijst ben gesleept en uiteindelijk helemaal zelf en op eigen kosten mijn zorg heb ingericht, heeft dat veranderd.” Ze voegt daaraan toe: “Voor mensen die met de ggz te maken hebben, zijn de wachtlijsten en versplintering een groot probleem. Het is bovendien een complex probleem, dat je niet oplost door er een paar miljard tegenaan te smijten. Maar misschien nog schadelijker is het langzaam wegsijpelen van vertrouwen en hoop bij de mensen die in de ggz werken. Zij doen hun werk vanuit de overtuiging dat ze anderen willen helpen. Als dat helpen je dan van bovenaf structureel onmogelijk wordt gemaakt, dan verlies je toch je hoop in het systeem? Dat is gevaarlijk, het ondermijnt het hele zorgsysteem. Het meedenken met de mensen om wie het gaat, is helemaal weg uit een groot deel van de politiek. Dat maakt dat kwetsbare groepen echt aan hun lot worden overgelaten.”

Het gebrek aan vangnet ziet ze ook terug bij veel zzp’ers in haar omgeving. “Weet je, ergens levert dat mooie dingen op. Ik ben bijvoorbeeld lid van een netwerk van ondernemers die elkaar geld uitkeren bij ziekte. Doordat het grote vangnet er niet is, wordt dat soort gemeenschapszin, dat kleinschalige organiseren, sterk aangejaagd. Mensen nemen het heft in eigen hand als het niet van boven komt. Dat is natuurlijk helemaal niet verkeerd. Het is alleen jammer dat het moet voortkomen uit bezuinigingsbeleid.”

Haatreacties

Het zit niet in haar aard om toe te kijken. “Als ik misstanden zie, dan komt bij mij een sterk rechtsvaardigheidsgevoel op en schroom ik niet om er iets van te zeggen.” Zo moest ze een paar jaar geleden haar rijbewijs ineens inleveren toen ze in een gezondheidsverklaring van het CBR melding maakte van haar depressies. Een verklaring van haar huisarts dat ze op dat moment gezond was, bleek niet voldoende. Ze deelde haar verhaal, kreeg een stortvloed aan reacties en Kamerleden van de ChristenUnie en VVD vroegen de minister van Infrastructuur en Waterstaat om opheldering.

Romeijn profileert zich als heel links en feminist, maar blijft graag in gesprek met mensen die anders denken. Al is dat laatste steeds moeilijker door de groeiende kloof tussen de linker- en de rechterflank van het politieke spectrum, merkt ze. “Ik zie het als een taak voor mezelf om die polarisatie tegen te gaan. Op Twitter ben ik daarom vaak bewust in gesprek gegaan met mensen die rechtse partijen aanhangen.”

Toch is ze sinds maart niet meer actief op dat platform. Na jaren van haatreacties en bedreigingen – vooral uit extreemrechtse hoek – was de maat vol. “Het kostte me uren per dag om te blijven reageren. En ik moest ook vaak aangifte doen van die bedreigingen. Ergens vind ik het wel jammer; het was een manier om vinger aan de pols te houden, om ook input te krijgen van de andere kant. Maar ik kan niet alles tolereren. En ik moet ook eerlijk zeggen dat ik een klein beetje het vertrouwen verloor in de mensheid. Als mensen dit elkaar dagelijks aandoen, wat zegt dat over wie wij zijn en hoe we met elkaar omgaan?”

Dan herinnert ze zich een belangrijk inzicht dat ze als puber opdeed. “Wanneer ik op weg naar school achter iemand fietste en ik vond dat diegene zich raar gedroeg op de weg, werd ik al snel boos. Maar als ik er dan heen fietste en ik keek die persoon aan, voelde ik meteen empathie. Blijkbaar hebben we het nodig om
iemand te kunnen aankijken, stemt een gezicht erbij ons milder.”

Privilege

Oog hebben voor elkaar, tegenwoordig vaak vertaald als de ‘menselijke maat’, is in het huidige neoliberale gedachtengoed naar de achtergrond verdwenen. En de gemeenschapszin waar de Utrechtse artiest in haar denken en haar werk steeds bij uitkomt, is volgens haar in feite een privilege geworden. “Kijk naar het aantal noodgedwongen zzp’ers op de arbeidsmarkt, naar de focus in onze samenleving op het individu en naar de regering die steeds minder zorgt. Het leidt ertoe dat met name kwetsbare mensen, mensen in armoede, alleen nog bezig kunnen zijn met zichzelf. Met hun inkomsten, met de maand zien door te komen. Zij zijn geestelijk niet in staat om een langetermijnvisie te ontwikkelen – wat logisch is. Ik vrees dat dit de weerbaarheid van de samenleving uitholt en dat de loyaliteit naar elkaar steeds verder te zoeken is. Want je kunt je alleen druk maken om anderen als je je niet altijd druk hoeft te maken om jezelf.”

Toch geeft Romeijn haar overwegend positieve mensbeeld niet op. “Ik kan dat niet helemaal loslaten. Ik voel zelf zo sterk de behoefte om de wereld te verbeteren. Ik kan en wil me niet voorstellen dat anderen dat helemaal niet hebben.” Tijd voor een politieke carrière? “Ik wil dolgraag de politiek in, maar wil eerst nog een paar boeken schrijven. En ik heb nu natuurlijk ook al een podium waarop ik van alles kan aankaarten. Maar ik zeg nooit nooit.”