Hoe onderscheidt Beter Eten zich van meer traditionele vormen van voedselhulp?

“Bij Beter Eten krijgen huishoudens die in armoede leven een weektegoed op een betaalpas. Daarmee kunnen zij boodschappen doen op plekken waar ze normaal ook komen, zoals de supermarkt, slager, bakker of markt. De nadruk ligt op gezonde producten. Maar een verjaardagstaart kopen, moet ook kunnen.”

En zo’n vorm van hulp is prettiger dan in de rij staan voor de voedselbank?
“Ja, deelnemers vinden het fijn dat deze vorm van voedselhulp niet direct zichtbaar is. Ze doen inkopen in hun eigen buurt, tijdens normale openingstijden. Niemand die ziet dat ze via Beter Eten betalen. Uit de observaties blijkt dat zelfs caissières het gebruik van de speciale betaalpas amper opmerken.”

Ah, het is minder schaamtevol. Zijn er nog andere pluspunten?
“Deelnemers kunnen kiezen voor producten die passen bij hun gewoontes, cultuur en religieuze overtuigingen. Ook hebben ze het gevoel dat ze goed voor hun kinderen kunnen zorgen. Het stelt ze in staat iets te kopen wat zij lekker of belangrijk vinden. Beter Eten lijkt dan ook een positieve impact te hebben op de waardigheid van de deelnemers.”

Wat versta jij onder waardigheid?
“Voor mij is waardigheid een relationeel begrip dat vorm krijgt in de sociale omgeving. Denk aan de maatschappij waarin je leeft, maar ook de culturele en religieuze gemeenschappen waar je bijhoort. Je voelt je waardig als je kunt voldoen aan de normen en waarden van die verschillende groepen. Stel dat halal eten in jouw religie de norm is. Dan doet het veel met je waardigheid als je de mogelijkheid krijgt om die producten te kopen. Of misschien is in jouw kringen privacy een belangrijke waarde. Dan is het fijn als niet iedereen ziet dat je afhankelijk bent van voedselhulp. Ook dat zorgt voor waardigheid.”

Maar als waardigheid zo afhankelijk is van de sociale context, hoe bied je dan voedselhulp die voor iederéén waardig is?
“In mijn onderzoek richt ik me op welvarende landen. Natuurlijk zijn er verschillen tussen die landen en tussen de inwoners van die landen. Maar er zijn ook overeenkomsten. Zo zijn er in welvarende landen vaak grote inkomensverschillen. Die versterken gevoelens van schaamte en vernedering bij ontvangers van voedselhulp. Bovendien heerst in deze landen meestal een ‘consumptiecultuur’: mensen zijn gewend om zelf te kiezen én zelf te betalen voor hun eten. Houd je rekening met die bredere sociale context, dan leg je een goede basis voor de waardigheid van een groot deel van de doelgroep.”

Terug naar Beter Eten: laat de pilot ook leerpunten zien?
“Jazeker, goed nadenken over de inzet van technologie bijvoorbeeld. De Beter Eten-app levert namelijk wat problemen op. Bonnetjes uploaden, een weekbudget dat ineens minder is: dat geeft stress. Bovendien beheersen sommige deelnemers het Nederlands niet goed of ze hebben überhaupt geen smartphone. Het laat zien hoe belangrijk het is voedselhulp op alle fronten toegankelijk te maken. Ook voor wie niet goed kan lezen of digitaal niet vaardig is.”

Beter Eten vergoedt alleen gezonde producten. Is dat niet betuttelend?
“Dat zou je verwachten, maar deelnemers ervaren het niet zo. Vergeet niet dat het budget van Beter Eten boven op het normale huishoudgeld komt. Ze zien het als een aanvulling die hen in staat stelt om de vaak duurdere gezonde producten te kopen. Bovendien hebben ze nog steeds de vrijheid om andere boodschappen te kopen van hun normale huishoudgeld, al is dat natuurlijk beperkt.”

Sommige inwoners zagen van deelname af. Bang om in de problemen te komen met de Belastingdienst en de gemeente. Hoe ondervang je zoiets?
“Dat heeft alles te maken met het wantrouwen richting instanties. In de media zien ze hoe snel het kan misgaan, bijvoorbeeld bij de kinderopvangtoeslagaffaire. Daarom blijft fysieke, persoonlijke ondersteuning zo belangrijk. Mensen moeten ergens terechtkunnen met hun vragen. En het is cruciaal dat medewerkers bij de gemeente op de hoogte zijn van zo’n project en eenduidige informatie geven.”

Wat is volgens jou stap één bij het ontwikkelen van waardige voedselhulp?
“Stoppen met de gedachte dat armoede een persoonlijk falen is. Want daar lijkt het wel op als voedselhulp bestaat uit zichtbare liefdadigheid, waarbij de ontvanger dankbaarheid moet tonen. En verder: richt voedselhulp zó in dat deze aansluit bij de normen en waarden van de gemeenschappen waarbij ontvangers horen. Dat vraagt van je dat je je verdiept in hun leefwereld.”

En gemeenten, wat kunnen die doen?
“Voor structurele financiering van voedselhulp zorgen, zodat initiatieven als Beter Eten kunnen bestaan. Maar ook: bestaande voedselhulporganisaties ondersteunen bij het verbeteren van hun dienstverlening. Gericht op meer keuzevrijheid, autonomie en waardigheid. Bovenal moeten gemeenten blijven werken aan het terugdringen van de structurele oorzaken van armoede. Waardigheid gaat óók over het verminderen van ongelijkheid, zodat mensen überhaupt niet afhankelijk hoeven zijn van voedselhulp. Daar is het mij om te doen.”

In het kort

Wat: ‘Richting een waardige vorm van voedselhulp, een studie naar de impact van Beter Eten op de waardigheid van deelnemers.’

Door wie: Thirza Andriessen, onderzoeker en docent bij de vakgroepen Rural Sociology en Consumption and Healthy Lifestyles bij Wageningen University & Research.

Onderzoeksvraag: De studie naar Beter Eten is onderdeel van Andriessens promotieonderzoek. Daarin draait het om de vraag hoe vormen van liefdadige voedselhulp in welvarende landen de waardigheid van ontvangers beïnvloeden.

Opvallend omdat: Andriessen een paar maanden woonde in de Rotterdamse wijk waar de pilot Beter Eten draaide. Door deelnemers te interviewen en samen boodschappen te doen, kreeg ze inzicht in hun leefwereld en de impact van voedselhulp.